Nieuwsbrief juni 2020
STRIJD OM DE TROON EN DE KROON
*
Over de opstand in de hemelen en op aarde
en de geheimenis van de opstanding

Betekenis van het woord Pasen in het Oude Testament
Pasen komt van het woord Pesach, Hebreeuws voor paasfeest, dat door het volk van Israël in de voorjaarsmaand Nisan bij volle maan wordt gevierd als herinnering aan de uittocht uit Egypte (ca. 1300 v. Chr.) onder leiding van Mozes, na 430 jaar gevangenschap. Pesach is afgeleid van een werkwoord dat zowel ‘overslaan’ als ‘hinken’ betekent. 

In Exodus 12 wordt het paasfeest van het volk van Israël vrij gedetailleerd beschreven. De Heer [Jahwe] onderricht Mozes en Aäron, dat op de tiende dag van de maand die beschouwd moet worden als de beginmaand, als de eerste dag van het jaar, iedere familie een eenjarig gezond lam van het mannelijk geslacht van een geit of schaap moet uitkiezen en tot de veertiende dag van die maand moet vasthouden. Dan moet heel de gemeenschap van Israël deze lammeren in de avondschemer slachten. Vervolgens moeten zij wat bloed van de lammeren nemen en dat uitstrijken over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur van alle huizen waar het lam gegeten wordt. 
 
In dezelfde nacht moet dan het vlees met kop, poten en ingewanden op het vuur gebraden worden, en gegeten worden met ongezuurd brood en bittere kruiden. Wat bij zonsopgang nog over zou zijn, moet verbrand worden. Dan volgen nog wat rituele voorschriften hoe het lam gegeten moet worden met de mededeling: ‘Haastig moet u het eten, want het is Pasen voor de Heer.’ 

Dood van de eerstgeborenen
In diezelfde nacht zal de Heer dan door Egypte gaan en alle eerstgeborenen van Egypte, zowel mensen als dieren ‘slaan’, d.w.z. doden. Aan alle goden van Egypte zal het vonnis voltrokken worden. Maar de huizen waar het bloed aan de deurposten is gesmeerd, zullen worden overgeslagen. De vernietigende plaag zal het volk van Israël niet treffen als de Heer Egypte ‘slaat’. 
Wraakengel gaat langs de huizen om eerstgeborenen te doden
Daarom schrijft de Heer deze dag voor als een gedenkdag, als ‘een feest ter ere van de Heer’, die generatie op generatie ‘als een eeuwig voorschrift’ gevierd moet worden. 
Vervolgens geeft de Heer rituele aanwijzingen hoe het feest van de ongezuurde broden, dat zeven dagen duurt, in ere moet worden gehouden. En als de kinderen van de Israëlieten ooit vragen wat deze plechtigheid betekent, dan moeten de ouders antwoorden dat dit ‘het paasoffer’ is voor de Heer, omdat hij in Egypte hun huizen, die bestreken waren met bloed, heeft gespaard, terwijl Hij de Egyptenaren ‘sloeg’. Alle eerstgeborenen, vanaf de eerstgeborene van de farao (de troonopvolger!) tot aan de eerstgeborene in de gevangenis en ook al de eerstgeborenen van het vee werden gedood. Nadat de Israëlieten Egypte eerst nog plunderden en onder andere gouden en zilveren sierraden en kleding meenamen, verlieten ze met honderdduizenden Egypte. Voor het paasmaal geldt onder andere ook nog het voorschrift dat geen enkele vreemdeling of dagloner eraan mag deelnemen, maar wel een gekochte slaaf die besneden is. Aldus een deel van het bloedige Exodusverhaal.

Offercultuur en bloed
De Heer heeft kennelijk zijn eigen smaak en tafelmanieren als het om reukoffers, bloedoffers, brandoffers en rituele gewoonten gaat, die tot de dag van vandaag nog steeds door talloze Israëlieten nauwkeurig worden opgevolgd. 
In het Oude Testament wemelt het van de voorbeelden over bloedige offers voor de Heer. Na een geestelijke worsteling met Jahwe, beproeft de Heer Jakob om te kijken of deze bereid is zijn zoon Izaäk te doden. Een mensenoffer dus. 
  Carravagio, ‘Het Offer van Isaak’
Jakob slaagde voor deze proef. Gelukkig voor vader en zoon greep nog net op tijd een engel in. Talloos zijn de dierenoffers en vooral de bloedoffers die de Heer steeds weer eist. Als Salomo zijn vader, koning David, opvolgt en de troon van Israël bezet, ‘zoals de Heer had toegezegd’, bouwt hij een ‘huis’ (tempel) voor de god van Israël, waarin hij een plaats heeft bereid voor ‘de ark, waarin de akte ligt van het verbond dat de Heer gesloten heeft met onze vaderen toen hij ze uit Egypte leidde’. 
(1 Koningen 8:20-21) Dan richt Salomo een lange smeekbede tot de Heer, de god van Israël, waarin hij vergiffenis vraagt voor de zonden van het Israëlische volk. Vervolgens draagt Salomo met heel Israël een brandoffer op aan de Heer als zegening voor diens huis. Dit brandoffer bestond uit maar liefst tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen! Zo werd het huis van de Heer ingewijd. (1 Koningen 8:62-64) 
Het is overduidelijk dat de Heer geen vegetariër is, want hij heeft een uitgesproken voorkeur voor dierenoffers en bloedoffers. 

Bloed als voedsel voor de goden: Lucifer
Bloed bevat levenssappen, waar nogal wat goden van leven. Vanaf de moord op Abel door Kain tot de dag van vandaag zijn ontelbare slachtoffers gevallen, veelal op gruwelijke slagvelden (‘slachtvelden’). De eerste broedermoord heeft geleid tot meer moorddadig gedrag. De mens is van kwaad tot erger vervallen en richtte het ene bloedbad na het andere aan. Bloed is ‘een heel bijzonder sap’, zei Mefistofeles (de duivel) tegen Faust en hij verplichtte Faust om het contract met hem met zijn bloed te ondertekenen. (Goethes Faust
 
Bloed bevat namelijk een etherische lichtkracht, die voor bepaalde goden noodzakelijk is om hun macht in stand te houden. Maar zeer weinig mensen weten, dat het bloed van de slachtoffers als ‘voedsel’ dient voor dit soort ‘goden’. Dit geldt vooral voor ‘de god van deze wereld, de heerser over het machtsgebied van de lucht, de geest die nog altijd werkzaam is in de zonen van de ongehoorzame’ (Lucifer). (Efeziërs 2:2) Iets verder in deze brief van Paulus (6:12) lezen we: ‘Want onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heersers en machten (archonten), tegen de wereldbeheersers van deze duisternis en tegen de geesten van het kwaad in de hemelse gebieden.’ In de Nag-Hammadigeschriften kunnen we meer terugvinden over de archonten, o.a. in het ‘Wezen der machten’ en het ‘Geheime Boek van Johannes’, dat net als het ‘Evangelie van Thomas’, al in de 13de eeuw bekend was bij de katharen.

Op de afgeplatte top van hun tempels offerden de Maya’s mensen. 
  
Ze rukten het nog vaak kloppende hart uit hun lichaam, sloegen hun het hoofd af en rolden het naar beneden. Uit dit offer is hun latere ‘balspel’ ontstaan. De Azteekse oorlogsgod Huitzilopochtli eiste voor iedere oorlog mensenoffers. Aan Beëlzebul (afkomstig van Baäl Zebub), de Heer der vliegende wezens (demonen), worden door sommige geheime genootschappen nog dagelijks kinderen geofferd. In nogal wat religies worden jaarlijks dieren ritueel geslacht voor hun god. Ook in het christendom wordt nog heel wat vlees verorberd, kennelijk vanuit onwetendheid dat Jezus en zijn leerlingen vegetariërs waren, evenals de eerste christenen en later de katharen. (Zie mijn boek De laatsten zullen de eersten zijn. ‘Over de parabels van Jezus’, deel 2, 2001, p.189-207). Jaarlijks worden ongeveer 60 miljard dieren afgeslacht voor de begeerte van de tong, terwijl de Schepper van het leven ons de zaadvormende gewassen, de zaaddragende vruchten van de bomen en de kruiden als voedsel gaf. De geschiedenis van de mens – zijn val, verstoffelijking en afgescheidenheid van de universele Geest – werd een geschiedenis van talloze bloedsporen. Bloed, bloed en nog eens bloed. De geesten van het kwaad hebben nooit last gehad van ‘bloedarmoede’.

Het kruisoffer van Jezus, doorstraald door de Christusgeest
Door de lichtether uit het bloed van talloze slachtoffers te roven, kunnen Lucifer en zijn trawanten, de geesten van het kwaad, hun macht blijven uitoefenen na hun ‘val’ uit de hemelen, die tevens de ‘val’ van de mens inleidde. Uiteindelijk willen de geesten van het kwaad zich als een ‘virus’ in het bloed van de mensen nestelen om hen van binnenuit te veranderen in volkomen slaven. (Ons woord ‘virus’ komt van het gelijknamige Latijnse virus, dat ‘(ver)gif’ of ‘venijn’ betekent en vaak in verband wordt gebracht met het ‘gif van de slang’, dat de mens ten val bracht.) Door het kruisoffer van Jezus en de storting van zijn bloed op aarde, werd een kosmisch offer gebracht. Hierdoor werd in aanzet een streep gehaald door dit monstrueuze plan. 
  
Ter bevrijding van de in gevangenschap levende mensen en alle andere levende wezens onderrichtte Jeshua, die we kennen als Jezus, de weg tot opstanding uit de dood, het ware mysterie van Pasen, dat niet gebonden is aan één speciale dag, maar een innerlijk proces is dat ieder moment een aanvang kan nemen. Het koninkrijk is ín ons. Het goddelijk zaad, ‘de graankorrel Jesu’, is in het hart van de mens gezaaid en is bij de ‘val’ van de mens als een geestelijke krachtcentrale en oerherinnering in zijn hart gebleven. Dit is wat Jezus als de Zaaier, afkomstig uit de ‘hemel’ en ‘afgedaald op aarde’, de mens bewust wilde maken. Het Latijnse woord sacra betekent ‘offer’ en het werkwoord sacrare ‘heiligen’, in de betekenis van ‘helen’, ‘louteren’. Wat door de ‘val’ verbroken werd, zal door het kruisoffer op het juiste moment in alle windstreken geheeld worden. Een mysterie, dat vele aspecten heeft. Het Latijnse werkwoord sacra facere betekent ‘heilig (heel) maken’ en het Griekse werkwoord phero staat voor ‘naar omhoog brengen’, ‘offeren’. Wat ‘omlaag gevallen’ is, wordt op spirituele wijze door het kruisoffer van Jezus, doorstraald door de Christusgeest, ‘omhoog gebracht’ en zal een absolute voltooiing bereiken zodra ‘de tekenen des tijds’ vervuld zijn. 

Het doel missen
Het Latijnse woord voor ‘zonde’, peccatum’, is verwant aan het Hebreeuwse woord chatat, dat duidt op ‘het doel missen’, ‘de weg kwijtraken’, ‘in verwarring raken’, ‘verstrikt raken’. Het woord is afkomstig uit de boogschieterij. In Koptische teksten is het woord voor ‘zonde’ nabi, dat net als het Griekse werkwoord hamartano primair ‘het missen’ (van het doel), het ‘niet raken’ (van de essentie), ‘zich vergissen’ of ‘misstappen’ betekent. 
 
De tweede betekenis is ‘verkeerd doen’, ‘zondigen’. De ‘zonde’ scheidt de mens van de levensbron, van de alles bezielende levensadem, de Heilige Geest. De ‘zonde’ isoleert de mens, maakt hem tot individu, werpt hem in de wereld van dualiteit, van ruimte en tijd, van geboorte en dood. 

Door de ‘zonde’ kwam de mens stap voor stap in handen van Lucifer, ook wel Satan (Hebreeuws voor ‘tegenstander’) genoemd of de diabolos (Grieks voor ‘hij die belastert’, ‘hij die alles in de war brengt’, ‘de duivel’), door Jezus aangeduid als ‘de vader van alle leugenaars’. Dat de eerste mensen mede schuldig zijn aan de dramatische val, wordt door bijna iedereen ontkend. Veel psychologen en aanhangers van de new-agebeweging staan klaar om de verdwaalde mens vrij te pleiten van iedere vorm van schuld en de val af te doen als een mythe. Zijn we werkelijk van den beginne af onschuldige wezens? Zijn we alleen maar schuldig voor een ‘aardse rechtbank’, waar ten gevolge van ons onheilzaam handelen een vonnis wordt voltrokken door een al dan niet geblinddoekte Vrouwe Justitia? 
  Eduardo Calzado ´Justitia´
Waarom herhaalt de Boeddha steeds weer, met name bij zijn uitleg van de ‘vier edele waarheden’ en het ‘achtvoudige pad’, dat de penwortel van ziekte, ouderdom, lijden en dood tanha (begeerte) is en dat avija (onwetendheid) de moeder van alle ziektes is? En waarom zet hij de ‘wet van karma’ (oorzaak en gevolg) uiteen, door Jezus ‘de wet van zaaien en oogsten’ genoemd? Wat is er met ons herinneringsvermogen gebeurd? 

Zonde bestaat niet… 
‘… zal de materie [vernietigd worden] of niet?’ 
De Verlosser [Jezus] zei:
‘Alle naturen, alle vormen en alle schepselen bestaan in en met elkaar en ze zullen weer teruggevoerd worden tot hun eigen wortel. Want de natuur van de materie kan zich slechts tot haar eigen natuur terugvoeren. Wie oren heeft om te horen, die hore!’
 Petrus vroeg hem:
 ‘… wat is de zonde van de wereld?’
De Verlosser zei:
‘Zonde bestaat niet. Maar het zijn jullie die de zonde maken, namelijk wanneer jullie doen wat in wezen gelijk staat aan overspel, dat wat men “de zonde noemt”. Daarom is het goede in jullie midden gekomen, naar het (wezen) van iedere natuur, om deze weer in zijn wortel te herstellen.’
Uit: ‘Evangelie van Maria (Magdalena)’, een Nag-Hammaditekst

De diepgang van deze woorden dienen in de juiste context begrepen te worden. (Zie M.M. Het huis op de rots gebouwd. ‘Over de parabels van Jezus’, deel 3, 2010, p. 76-122)
‘Zonde’ in de betekenis van chatat, ‘het doel missen’, bestaat wel degelijk, maar nimmer als een absoluut kwaad, want aan het kwaad is een grens gesteld. De ‘zonde’ is in de wereld gekomen doordat de mens gehoor heeft gegeven aan de leugens van de diabolos, die zich als een soort ‘tegengod’ heeft opgeworpen en verwarring zaaide in de geest der mensen. Puur gif., Het is het eerste virus, virus zero, waartegen geen aards vaccin gewassen is. De eerste ‘zonde’ is geestelijk overspel, omdat de eerste mensen, goed naar hun wezen maar nog niet (ver)volmaakt, de schepping, die verbonden is met kosmische scheppingswetten, tegenstreefde. In veel overleveringen is de schepping uitgebeeld als een (kosmische) levensboom. 
 
Daarom speelt de dramatische ‘val’ van de mens zich af in relatie tot dit symbool. Dit dramatische gebeuren vond weliswaar plaats vanuit een door Lucifer in twijfel gebracht bewustzijn, maar tegelijkertijd ook vanuit een ontwakende, tomeloze begeerte en overmoed van de eerste mensen, die geen gehoor gaven aan God, en de door God ingestelde kosmische scheppingswetten, die een beschermende functie hebben, negeerden. ‘Geen gehoor geven aan God’ is de primaire betekenis van het woord ‘on-ge-hoor-zaamheid’.

Overmoed en de doos van Pandora
In veel mythen is overmoed (hybris) een steeds terugkerend thema. Zeer bekend is de mythe van Prometheus.
Prometheus wilde als een hemelbestormer het vuur uit de hemel van Zeus stelen om de mensheid vooruit te helpen. Daardoor ontketende hij de woede van Zeus, die in zijn gedrag overeenkomsten vertoont met de wraakzuchtige Jahwe. Zoals Jahwe de mensheid strafte met een wereldwijde zondvloed, zo straft Zeus de mensheid door Pandora met een doos vol rampen naar de aarde te sturen. Volgens de mythe was Pandora de eerste vrouw op aarde, die op bevel van Zeus door zijn zoon Hephaistos, de smid der goden, geschapen was uit water en vuur en vele gaven van de goden had ontvangen. Zeus liet haar naar Prometheus’ broer Epimetheus brengen, die haar, ondanks de waarschuwingen van Prometheus, tot vrouw nam. Nieuwsgierig als ze was, opende Pandora de doos. 
  J.W.Waterhouse ´Pandora´
Meteen vlogen allerlei ziekten en rampen eruit en verspreidden zich over de aarde. Alleen de hoop bleef op de bodem van de doos liggen, omdat Pandora, door schrik bevangen, nog net op tijd het deksel had gesloten. 
Prometheus is Grieks voor ‘hij die vooruitdenkt’. Hij was een titaan (in de Griekse mythologie de naam voor de leden van een reuzengeslacht), zoon van Klymenè en Iapetos, een van de zes zonen van Ouranos en Gaia.  Klymenè was ook de moeder van o.a. Epimetheus, Grieks voor ‘hij die achterafdenkt’. De mythe leert ons dat als ‘vooruitdenken’ niet gepaard gaat met overweging, nadenken, ‘achterafdenken’, de doos van Pandora geopend wordt. Pandora is Grieks voor ‘zij die álles geeft’. Dit ‘álles’ heeft in de mythe betrekking op de gevolgen van de overmoedige daad van Prometheus. Prometheus is het prototype van de mens die wel aan de toekomst denkt, maar niet aan de heftige gevolgen van zijn daden. Hij is nog niet rijp om bepaalde kennis te ontvangen, en zeker niet als hij zich die kennis op een onheilzame wijze toe-eigent. 

Gouden Prometheus en Lucifer
Dat de Prometheusmythe nog steeds voortleeft en juist in onze tijd van technologische ‘wonderen’ nog niets aan actualiteit heeft ingeboet, blijkt wel uit het feit dat nogal wat invloedrijke multimiljonairs en multimiljardairs, bezeten van grootse en vaak megalomane projecten, op hun ‘Babylonische’ torens een met bladgoud bedekt beeld hebben staan, een ‘golden boy’, die Prometheus, Hermes of Icarus uitbeeldt. Voor de machtselite is ‘The sky’ niet langer meer ‘the limit’. 
Zo treffen we bijvoorbeeld in het Rockefeller Center in New York het door Paul Manship vervaardigde beeld aan van een gouden Prometheus met het (gestolen) vuur der goden in zijn rechterhand. 
 
De hoogmoed straalt er van af. Dat we nog steeds een ‘lucifer’ gebruiken om vuur te maken, herinnert ons aan de mythe van Prometheus en aan Lucifer.
Evelyn Beatrice Longman ontwierp in 1916 voor de top van het hoge gebouw van de hoofdzetel van AT&T, Broadway (New York) het beeld ‘The Spirit of Communication’, evenals het beeld van Prometheus bekleed met bladgoud. 
 
Deze ‘Spirit’ is een grote gevleugelde gestalte met in zijn opgeheven rechterhand een elektriciteitskabel, die zich als een slang vanaf zijn benen tot rond zijn middel en rechterarm kronkelt. De twee ontblote, spitse uiteinden van de elektriciteitskabel in zijn hand zien eruit als twee scherpe tanden in een geopende slangenbek. In zijn opgeheven linkerhand zien we drie runen. Dat runen ook voor magische doeleinden worden gebruikt, hebben we onder andere gezien voor en tijdens de tweede wereldoorlog. Het SS-teken staat voor de ‘bliksems van Wodan’.
    
De gevleugelde gestalte brengt ‘de geest van communicatie’ via de aansluiting van elektriciteitskabels op het elektriciteitsnet. Voor mij is deze gevleugelde gestalte een symbool van de rebellerende aartsengel Lucifer. Immers, door elektriciteit, een uiterst slechte imitatie van het oorspronkelijke Licht, is de mens in een radicaal ander levensritme terechtgekomen. Door de talloze technologische uitvindingen zal hij steeds meer het contact kwijtraken met de alomtegenwoordige, goddelijke Geest. Het is vooral via de technologische ‘spirit of communication’, zoals telefoon, smartphone, het internet (der dingen), Facebook, Instagram en artificiële intelligentie dat de mens in een pseudowereld van communicatie is terechtgekomen, die op virtuele wijze een soort alomtegenwoordigheid representeert. 
Niet voor niets betekent Lucifer ‘lichtdrager’ of ‘brenger van het licht’. (Latijn: lux = licht en fero = dragen of brengen.) Onder de noemer van vooruitgang en met gebruikmaking van de wereldwijde elektriciteitsmaatschappijen en telecommunicatiebedrijven dient Lucifer de mensheid steeds zwaardere ‘elektroshocks’ toe. Zijn nieuwste speeltje is 5G. Zo ontsnappen steeds meer rampen uit de ‘doos van Pandora’.
 
Overigens behoort AT&T, samen met Verzon en Bellsouth, tot een van de drie grootste telecommunicatiebedrijven van Amerika, die in 2006 alle drie betrokken waren bij het afluisteren van de eigen burgers, georganiseerd door de NSA (National Security Agency). Deze telecommunicatiebedrijven werken niet alleen nauw samen met elektriciteitsmaatschappijen, maar ook met geheime diensten, private veiligheidsdiensten en slimme technologiebedrijven.

Gevaren van elektromagnetische velden en 5G
Wereldwijd wordt het steeds duidelijker welke enorme risico’s er voor de gezondheid zijn in verband met de aanleg van 5G, waardoor zeer storende elektromagnetische velden een ziekmakende invloed op de mens en alle andere levende wezens uitoefenen. Steeds meer rapporten hierover zien het daglicht. Staat en bedrijfsleven werken maar door aan dit gigantische project, zonder serieus aandacht te besteden aan de vele gezondheidsklachten die overal binnenkomen. Het gaat hier immers om enorme hoge investeringen en vooral latere winsten en natuurlijk staat bij dit alles de ‘technologische vooruitgang’ ccentraal. 
Het is o.a. ingenieur Arthur Firstenberg die in zijn boek L’arc-en-ciel invisible. Une histoire de l’électricité et de la vie (‘De onzichtbare regenboog. Een geschiedenis van de elektriciteit en het leven’) op een treffende wijze aantoont, dat de uitvinding en het gebruik van de elektriciteit ook tot nogal wat (verzwegen) schadelijke gevolgen voor onze gezondheid heeft geleid. 
 
Hij bespreekt onder meer de Italiaanse hoogleraar natuurkunde Alessandro Volta (1745-1827), die door zijn ontdekkingen ervoor zorgde dat men gebruik kon gaan maken van een constante elektrische stroom, de Italiaanse hoogleraar anatomie en natuurkunde Luigi Galvani (1737-1798), die het verschijnsel van dierlijke elektriciteit ontdekte (waarvan Volta later gebruik maakte), de Amerikaanse staatsman en natuurkundige Benjamin Franklin (1706-1790), die zich eveneens bezig hield met elektriciteitsonderzoek en o.a. de bliksemafleider uitvond, en de Italiaanse ingenieur Guglielmo Marconi (1874-19337), uitvinder van de telegraaf.
Zij allen hadden in hun persoonlijke leven te maken met zeer schadelijke gevolgen van hun ontdekkingen en experimenten. Daarover spreekt men liever niet of er wordt gezocht naar andere achtergronden van hun ‘aandoeningen’.
Telgraaf, radio, televisie, internet, smartphone, WiFi, WiMAX, radar, satellietcommunicatie, een klimaatwapen als Haarp, ‘celltowers’ en CERN (Genève), onze moderne technologie die gebruik maakt van elektriciteit en daarmee verbonden frequenties, blijkt vaak grotere gevolgen op onze gezondheid te hebben, dan wordt (h)erkend of toegegeven. Hypergevoeligheid voor elektriciteit (EHS), bepaalde hartziektes, hartaanvallen, hersenbloedingen, depressies, ja zelfs epidemieën zouden er (mede) door kunnen ontstaan. Vaak wordt dit alles op schaamteloze wijze afgedaan als conspiracy theory, paniekzaaien, fake news. Stel je eens voor dat er een verband zou zijn, tussen het kwalijke, al dan niet ‘ontsnapte’ coronavirus, de wereldwijde aanleg van 5 G en de huidige pandemie? 
 
Het is alleen maar een vraag. Bestaat er mogelijk ook een pandemie van leugens? 
Het was de Franse auteur Albert Camus die al in zijn internationaal bekende boek ‘La Peste’ (1947) schreef: ‘De enige manier om de pest te bestrijden is eerlijkheid.’

Lucifer-Prometheus nog steeds aanwezig
Dat de Rockefellers, naast de Rothschilds en andere oude bankiersfamilies zoals Loeb, Morgan, Schiff en Warburg, tot de machtigste dynastieën ter wereld behoren, is genoegzaam bekend. Hun octopusarmen omknellen bijna alle sectoren van het economische, sociale, culturele, politieke, wetenschappelijke en religieuze leven. Het zijn ‘golden boys’, die als een koning Midas alles ‘aanraken’ om er goud van te maken voor henzelf. 
 
Velen die tot de machtselite behoren zijn niet alleen uiterst rijk, maar meestal ook nog goed op de hoogte van esoterie, occultisme, magie, symboliek, kabbala en de Talmoed Babylonica. Zij gebruiken graag voorbeelden en symbolen uit de mythologie en actualiseren op die manier de mythe tot hedendaagse werkelijkheid. 
Dat in Amerika het occultisme nog steeds zeer sterk aanwezig is, blijkt bijvoorbeeld uit het boek van Mitch Horowitz, Occult America. The Secret History of how Mysticism shaped our Nation (2009). 
 
Volgens de auteur bestaat er niet alleen in het Westen een occulte, esoterische traditie in religie, literatuur, wetenschap en kunst, maar over heel de wereld. (Voor de liefhebbers is achter in het boek een uitgebreide bibliografie opgenomen.) Onder andere in de jaren dat ik wetenschappelijk medewerker was van de internationaal bekende Bibliotheca Philosophica in Amsterdam, heb ik me in deze traditie grondig kunnen verdiepen. 

Hoogleraar economie en technologie Antony Sutton toonde met coauteur Patrick M. Wood in het boek Trilaterals over Washington pdf  (1978) aan, dat de machtselite verbonden is met geheime en half geheime genootschappen, zoals de CFR (Council on Foreign Relations), de Trilaterale Commissie en de Bilderbergclub. In zijn boeken The War on Gold (1977), Gold for Survival (1996) en The Federal Reserve Conspiracy pdf (1995) liet Sutton zien hoe begerig de machtselite is naar goud en hoe ze via banken, politici, geheime organisaties en lobbies (o.a. via de media) bewust streeft naar een ‘nieuwe wereldorde’. Dat er wel degelijk een geheime regering bestaat die naar de nieuwe wereldorde streeft, beschreef hoogleraar geschiedenis Carroll Quigley al in 1966 in zijn indrukwekkende boek Tragedy and Hope. A History of the World in our Time pdf en in 1981 in het boek The Anglo-American Establishment. From Rhodes to Cliveden. 
In Nederland is het de econoom Ad Broere die in zijn boeken Ending the Global Casino? (2010) en Geld in de bijrol. Op weg naar een menswaardige samenleving (2018) op heldere wijze uiteenzet hoe het geldsysteem in elkaar zit en op welke wijze de machtselite (topbankiers en ‘de mondiale corpocratie’) zich hiervan bedient in het spel om de macht. 
      
En in Frankrijk is het voormalig hoogleraar economie aan het Massachusetts Institute of Technology, Thomas Piketty, onder andere verbonden aan de École d’économie de Paris, die in het standaardwerk Kapitaal in de 21ste eeuw (2014) uitgebreid beschreven heeft hoe de sociaaleconomische wereldorde in elkaar zit.

Steeds meer informatie wijst erop, dat multimiljardair Bill Gates, ‘filantroop’ en oprichter van Microsoft, met het plan speelt om in een door hem wereldwijd gepropageerd vaccin tegen het coronavirus een uiterst geavanceerde nanochip te stoppen. 
 
Gaat het in verband hiermee te ver om te veronderstellen dat het niet zo moeilijk moet zijn om via het wereldwijde satellietsysteem van Elon Musk een totale controle uit te oefenen op heel de mensheid? Dat zou een diabolisch ‘tracking system’ zijn, waarbij de applicatie StopCovid verbleekt. 
In ieder geval zijn Lucifer en Prometheus nog steeds alom aanwezig.

Machtsspel
Ook al wilde Prometheus als een soort Griekse Lucifer de mensheid vooruithelpen, het verhaal wil ook zeggen dat dit niet zijn enige motief was. Door verblinding en verlangen naar macht realiseerde hij zich niet dat zijn ‘vooruitdenken’ achteraf gezien immense gevolgen met zich meebracht. Overmoed wordt meestal niet geboren uit onzelfzuchtigheid, maar uit overschatting van de eigen mogelijkheden en onderschatting van de gevolgen van de eigen daden. In de Prometheusmythe zijn de gevolgen de reactie op de gedachten en daden van Prometheus, vergelijkbaar met die van de rebellerende aartsengel Lucifer en zijn mede rebellerende engelen, die we kennen als wachters ofwel ‘gevallen engelen’. 
  Alexandre Cabanel ´Gevallen engel´
De wachters pleegden overspel met de vrouwen der mensen, waar het ‘Boek Enoch’, Genesis en het ‘Geheime Boek van Johannes’ over spreken. Ze brengen een geslacht voort van titanen (reuzen), die op hun beurt deelnemen aan de strijd om de troon en de kroon. Op allerlei slinkse wijzen, o.a. door talloze leugens, wordt de mens meegesleept in hun machtsspel, misbruikt en tegen elkaar uitgespeeld om zo heel de mensheid in hun macht te krijgen onder de valse vlag van een betere wereld, een betere toekomst. ‘Valse vlaggen’, maar ook schrikaanjagende uitspraken en leuzen, hebben bijna altijd buitengewoon ernstige gevolgen. Hier volgen een paar voorbeelden. ‘Strijden voor God, koning en vaderland.’ ‘De vijand moet bestreden worden.’ ‘Mondialisering is dé toekomst.’ ‘Ons klimaat wordt ernstig bedreigd.’ ‘De applicatie StopCovid op uw smartphone  helpt om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen.’ ‘De hele wereldeconomie gaat instorten.’ ‘Overal zal hongersnood komen.’ ‘Een oorlog tussen Amerika en China is onvermijdelijk.’ ‘De komende golf van immigranten zal fataal zijn voor Europa.’ 
 
Deze en andere uitspraken en leuzen bevatten mijns inziens zeker bepaalde ‘waarheden’, maar dienen nauwkeurig onderzocht te worden op de achtergronden ervan. Ze dienen vooral onderzocht te worden met betrekking tot de verborgen doeleinden van de machtselite, die regelmatig wantoestanden creëert om angst en chaos te veroorzaken om zodoende de basis te leggen voor wat ‘de nieuwe wereldorde’ wordt genoemd. Tot steeds meer mensen begint dit scenario door te dringen.
De grondkleur van ‘valse vlaggen’ is altijd rood, de kleur van bloed. Maar ook schrikaanjagende uitspraken en leuzen leiden vaak tot bloedbaden.
‘Valse vlaggen’ worden door valse geesten bewust gepland en geplant, wat altijd gepaard gaat met veel bloedvergieten en bloedoffers.
 
Zeus, Jahwe en vele andere goden behoren tot de categorie van goden die vanaf het begin van het scheppingsgebeuren rebelleerden om de macht van de troon en de kroon, niet wetende dat de Vader, ‘ongrond’ van alle grond, op geen enkele troon plaatsneemt, omdat alle macht en kracht hem van nature eigen is. De vele overleveringen hierover verhalen over een kosmische strijd, vaak verhuld in esoterische bewoordingen. Een strijd tussen licht en duisternis. (Zie M.M., Tussen licht en duisternis. De dieren in actie 2005.)  Het lijkt wel alsof deze strijd in een beslissende eindfase aan het komen is. 

Johannes van Jeruzalem over de Prometheus-mens
Tijdens zijn verblijf van twintig jaar in Jeruzalem schreef de Franse soldatenmonnik en ingewijde Johannes van Jeruzalem (1042-1119), de zevende van de acht ridders rondom Hugo van Payens uit de Champagne die betrokken waren bij de oprichting van de Orde van de tempeliers, het ‘Boek van de profetieën’. 
 
In profetie 27 vinden we een tekst over de Prometheus-mens die volledig opgaat voor onze tijd:

‘Als het millennium begint dat na dit millennium komt,
zal de mens zichzelf voor God houden,
hoewel hij niet meer zal zijn dan bij zijn geboorte.
Steeds weer zal hij toeslaan, overmand door woede en jaloezie.
Door de macht waar hij naar gegrepen heeft,
zal hij met ijzeren hand
als een blinde Prometheus in staat zijn
alles om zich heen te vernietigen.
Ook al heeft hij de fysieke kracht van een reus,
naar zijn ziel zal hij een dwerg blijven. 
Met reuzenschreden zal hij voortgaan,
maar niet weten welke weg hij moet nemen.
Zijn hoofd zal zwaar van kennis zijn, 
maar hij zal niet weten waarom hij leeft en sterft.
Hij zal als van oudsher een dwaas zijn
die wild met zijn armen heen en weer zwaait
of als een lamenterend kind.’

Waarom de rampendoos van Pandora?
Waarom stuurde Zeus Pandora met haar rampendoos naar de mensheid op aarde? Uit wraak? Om de mensheid een lesje te leren? De Griekse oppergod Zeus en allerlei andere goden voelen zich kennelijk gauw bedreigd in de ‘orde’ die zij gecreëerd hebben, die altijd tot stand komt door de verderfelijke leugen ab chaos ordo (Latijn voor ‘via chaos orde’). 
 J.W. Waterhouse ´Pandora´
Deze ‘orde’ berust op macht, onderdrukking, het zaaien van angst en terreur, het voeren van oorlogen, het steeds opnieuw creëren van chaos, het perverteren van essentiële waarden en normen en de voortdurende poging om door middel van talloze mensonterende middelen de geest van de mens te manipuleren en uiteindelijk te beheersen. Het is een diabolische orde, die gebaseerd is op meedogenloosheid en een totaal gebrek aan liefde en waarheid en bedoeld is om de mens tot slaaf te maken. Zoals diverse goden van de Olympus tegen de ‘orde’ van Zeus rebelleerden, zo rebelleerde ook de titaan Prometheus in overmoed tegen Zeus en zijn ‘orde’. Eerder had op zijn beurt ook Zeus, via rebellie tegen de oorspronkelijke, kosmische orde van liefde, licht, waarheid en goedheid, de hoogste positie op de apenrots der goden veroverd. Hierbij werd de inzet van machtige wapens, die op hedendaagse ABC-wapens lijken, niet geschuwd. De rampendoos van Pandora was de reactie van Zeus op de overmoed van Prometheus die radicaal tegen zijn ‘orde’ in gehandeld had. Wie zich verdiept in de grote mythen der wereld, zal geleidelijk aan ontdekken dat het hier niet louter om kleurrijke verhalen gaat met een symbolische of archetypische betekenis, maar om historische verslagen, waaruit we lering zouden kunnen trekken. 

Rebellie en demonie
Rebellie is hét kenmerk van de wachters en titanen, die vaak ‘goden’ of ‘halfgoden’ worden genoemd. Ze houden bewust bepaalde bloedlijnen in stand om hun macht veilig te stellen of ze vermengen zich met menselijke bloedlijnen om de mens van binnenuit via het geheim van het bloed nog beter te kunnen manipuleren. Deze ‘goden’ zijn demonen, wezens die volledig voorbijgaan aan het goddelijk element in en buiten henzelf.

In hoofdstuk 16 van de Bhagavad Gita spreekt Krishna uitdrukkelijk over de ‘goddelijke en de demonische natuur’. Hij legt uit dat er in de wereld twee soorten wezens zijn: de goddelijke en de demonische en dat er naast de uiterlijke strijd – die alleen maar gestreden kan worden als de teugels in Gods handen worden gelegd – ook sprake is van een innerlijke strijd. Immers, ook in de mens zelf zijn demonische krachten die bestreden dienen te worden. 
 
De kwalijkste demon is avija (onwetendheid), die ieder moment kan toeslaan, omdat we geen enkele moeite hebben gedaan of doen om deze wereld vanuit een spirituele zienswijze te benaderen en we ons laten voortdrijven door kama, de demon van begeerte, waardoor we dagelijks een leven vol tamas, traagheid en inertie, leiden. Als we ons te pakken laten nemen door krodha, de demon van toorn, of door matsara, de demon van jaloezie, dan komen we in handen van maya, de demon van illusie, waardoor onze blik op de geestelijke werkelijkheid vertroebeld wordt. De tot demonie vervallen mens is alsmaar uit op bloedvergieten en bloedoffers, zegt de Bhagavad Gita
Gandhi bestudeerde en overwoog de Bhagavad Gita dagelijks. Hij zei, dat als onze spirituele impulsen dagelijks op God gericht zijn, in de Gita vertegenwoordigd door de Pandava’s, ‘de zonen van het Licht’, wij in staat zijn de demonische krachten der duisternis in onszelf, vertegenwoordigd door de Kaurava’s, ‘de zonen der duisternis’, te overwinnen. Niet zonder betekenis noemde Gandhi de Bhagavad Gita vaak ‘Moeder Gita’, omdat ze ons vanuit spiritueel inzicht vooruithelpt en beschermt. 
  Gandhi
In de hermetische literatuur, die teruggaat op de 15de eeuw v. Chr. (de tijd van Mozes), kunnen we evenals in de Bhagavad Gita meer lezen over de demonen van het kwaad.
Een voorbeeld hiervan is traktaat IX uit het Corpus Hermeticum, getiteld ‘Inzicht en waarneming’, waarin in dialoogvorm Hermes Trismegistus als leraar optreedt en Asclepius als leerling. Om dit traktaat naar waarde te schatten is het van belang te weten dat voor de hermetici de mens het derde levende wezen is na God en de Kosmos. 
 Hermes Trismegistus
Een fragment:

‘…Er is namelijk geen enkel deel van de Kosmos zonder demonen: tegengesteld aan de door God verlichte demon, is er de slechte demon (cursivering M.M.), die heimelijk de geest binnendringt en daarin het zaad zaait van de (boze) werking die hem kenmerkt. Daarop brengt de geest voort wat gezaaid is: overspel, moord, vadermishandeling, heiligschennis, goddeloosheid en zelfmoord door ophanging of door in een afgrond te springen, en al het andere dat het werk van demonen is.
De zaden van God evenwel zijn klein in aantal, maar groot en voortreffelijk: deugd, ingetogenheid en godsvrucht. Godsvrucht betekent kennis van God, en wie hem heeft leren kennen, is vol van alles wat goed is. Hij krijgt gedachten die goddelijk zijn en niet lijken op die van de grote massa. Daarom vallen zij die de gnosis [de kennis van God en van het goddelijke in ons] bezitten niet bij de grote massa in de smaak, en omgekeerd. Zij maken de indruk gek te zijn en hoongelach wordt hun deel. Zij worden gehaat en veracht, en zelfs gedood. Want, zoals ik al gezegd heb, het kwaad moet noodzakelijkerwijs hier beneden verblijf houden, omdat het hier in zijn eigen domein is. Want zijn domein is de aarde, niet de Kosmos, zoals sommigen eens godslasterlijk zullen beweren.’ 

De vergelijkende godsdienstwetenschap en de antropologie tonen aan, dat in alle (natuur)religies en religieuze bewegingen, bij bepaalde occulte genootschappen, in de newagebeweging en bij groepen die zich bezighouden met het thema ‘buitenaards’, kennis is van het bestaan van demonen en demonische krachten onder verschillende namen. Ook bij de antieke culturen en in de huidige maatschappij is dit fenomeen bekend, in onze tijd steeds zichtbaarder in bepaalde Hollywoodfilms.
De Griekse wijsgeer Plato maakte een onderscheid tussen daimonion en daimon.
Daimonion betekent ‘goddelijke macht’, ‘manifestatie van de godheid’, maar ook ‘inwendige stem’ of ‘stem van het onbewuste’. Daimon daarentegen heeft betrekking op ‘bezeten zijn door een demon (duivel)’.
 Plato
De ‘door God verlichte demon’, waar Hermes Trismegistus over spreekt, is vergelijkbaar met Plato’s begrip daimonion, en ‘de slechte demon’ met daimon
Overigens zou Plato, die een tijdje in Egypte verbleef, door de wijsheid van Hermes Trismegistus beïnvloed zijn. Voor hem stond de Egyptische wijsheid op een hoger plan dan de Griekse. Als Plato in relatie tot God bijvoorbeeld spreekt over agathos (het ‘absolute Goede’), is hij mogelijk geïnspireerd door traktaat VI van het Corpus Hermeticum, waarin Hermes Trismegistus stelt dat het Goede [Agathodaimon] ‘zich in niets of niemand anders dan in God alleen’ bevindt. ‘Sterker nog, het Goede is altijd God zelf.’ 
 
Bij de rebellie in de schepping zijn zowel wachters, titanen als demonen betrokken. Dat er ook in talloze mythen, verhalen, legendes en sprookjes sprake is van een voortdurende strijd, duidt erop dat de mensheid in de loop der tijden bewust of onbewust op de hoogte was van de ene oorlog na de andere. In onze tijd is voor steeds meer mensen zichtbaar aan het worden dat oorlogen kennelijk onvermijdelijk zijn, mede vanwege het huiveringwekkende verlangen van een demonische machtselite om een nieuwe wereldorde te vestigen.
Het woord ‘rebellie’ komt van het Latijnse woord rebellio, dat ‘hernieuwing van de oorlog’ betekent. In deze betekenis van het woord zou een rebel dan iemand zijn die een constante revolutie en oorlog voorstaat, totdat zijn doel bereikt is. Echter, niet iedereen die rebelleert tegen een bepaalde ideologie of een bepaald systeem zoekt meteen oorlog. Maar dat er in de geschiedenis van de mensheid voortdurend sprake is van revolutie en oorlog, geeft wel te denken. Dit zou voor historici, economen, filosofen en andere wetenschappers die geïnteresseerd zijn in de verborgen achtergronden van de wereldgeschiedenis een reden kunnen zijn om de geschiedenis eens vanuit totaal andere perspectieven te bestuderen. Dan zouden ze mogelijk steeds meer verbanden ontdekken tussen geheime genootschappen, geheime diensten, bepaalde politici en grote banken, tussen ‘de overste in de lucht’ en de ‘geesten van het kwaad’.
Bekende academische auteurs als Antony Sutton, Webster Griffin Tarpley, Ralph Bunch, William Engdahl, Noam Chomsky, John Coleman, Gerard Aalders en John Perkins hebben in dit verband al heel veel boven tafel gekregen, waarover in academische kringen liever niet openlijk wordt gesproken. Bij welk onderzoek dan ook is het altijd heel belangrijk om de vraag te stellen: wie financiert wie en welk onderzoek? 
 
Ontgiften
Zoals we gezien hebben voeren de goden en halfgoden alsmaar een kosmische strijd met elkaar om de troon en de kroon, waarbij ze op zeer grove wijze de mens betrokken hebben. Geleid door machtswellust, een uiterst gevaarlijk virus, gaat hun strijd om de hoogste positie in het heelal met als doel hún orde te vestigen, die loodrecht staat op de oorspronkelijke, kosmische orde, waarin het Ene of de Ene al het geschapene in liefde doorstraalt. Het is een geestelijke orde, die door alle wanorde heen onvernietigbaar is en blijft, maar niet gezien kan worden door hen die verblind zijn door begeerte en waan en zich verbinden met de wereld van de stof. 
Pas als ‘het hele woud en alle kreupelhout van begeerte’ geveld worden, pas als onwetendheid, ‘de onreinheid die groter is dan alle onreinheden’, die ‘de moeder van alle ziektes’ is, verdwenen is en we niet langer leven in een illusoire werkelijkheid, ontstaat er de heldere waarneming van wat is. Deze woorden werden 600 v. Chr. uitgesproken door de Boeddha.
 Manish Verma ´Boeddha´
Zoals oppergoden, goden en halfgoden in het heelal vroeg of laat de gevolgen ondervinden van hun rebellie tegen de oorspronkelijke, kosmische orde, zo keren ooit de gevolgen van onheilzame daden van de prometheïsche mens als een boemerang naar hem terug. 
Vele mythen der wereld getuigen hiervan. In het geval van Prometheus liet Zeus als straf Prometheus door Hephaistos aan een rots ketenen, waar een adelaar overdag zijn lever uitpikte, die ’s nachts weer aangroeide. 
 
De ‘rots’ symboliseert in dit verband ‘de rots van onwetendheid’, terwijl in andere verhalen de ‘rots’ staat voor ‘de rots van vertrouwen’.
De ‘adelaar’ die de lever van Prometheus uitpikte verzinnebeeldt de menselijke geest die niet alleen grote hoogten kan bereiken, maar ook diep kan vallen. De ‘lever’ is het symbool van het leven en het ‘uitpikken’ ervan symboliseert de aantasting van het leven. Wie in overmoed ‘het vuur der goden’ steelt, m.a.w. kennis verovert waar hij niet aan toe is, veroorzaakt grote rampen en vergiftigt het leven. Of het nu gaat om de ontdekking van de elektriciteit, de splitsing van het atoom, het misbruik maken van het cellulaire leven of van het DNA, het ontwerpen van magnetische wapens of van een technocultuur – de resultaten ervan zijn intussen zichtbaar geworden. Talloos zijn de ziektes die onze wereld teisteren, ontsnapt uit ‘de doos van Pandora’. Als we het werkelijke contact met het leven verliezen of verbreken, blijkt vroeg of laat, dat wat we aanvankelijk bejubeld hebben zich tegen ons te keren.
 
Het gif van Zeus, het virus van zijn woede en haat, heeft zich dus in de lever van Prometheus genesteld. De lever is een buitengewoon gevoelig en belangrijk orgaan, dat in het proces van transformatie en transfiguratie een essentiële rol speelt. Daarom bestaat de eerste stap die leidt tot een radicale opstanding uit dit aardse ‘rijk der doden’, ook wel Hades, ‘onderwereld’ of Sjeool genoemd, uit ontgiften. Het ontgiften van ongezonde voeding. Het ontgiften van onheilzame gedachten, woorden en daden. Het ontgiften van indoctrinaties, ideologieën, van ‘een jungle van opinies’ (de Boeddha). Het ontgiften van alle virale infecties die we in de loop der tijden hebben opgelopen, van oppergoden, goden, halfgoden en mensen. Kortom, het ontgiften van de matrix van perverse leugens, de constructie van de diabolos.
Het ontgiften ook van onze innerlijke demonische krachten, zodat we, door goddelijke inspiratie geleid, de strijd tegen de ‘overste in de lucht’ en de ‘geesten van het kwaad’, die zich in alle hoeken van de aarde genesteld hebben, met open vizier kunnen voeren, niet langer geleid door het virus van de angst, niet langer gemaskerd, niet langer gemuilkorfd. Beschermd door het ‘wapenkleed van licht’, klaar voor het onthullende demasqué, waarbij alle maskers zullen worden afgenomen. 
 
Sterfelijkheid van goden en mensen
Nadat Prometheus door de held Heracles bevrijd is, mag hij als titaan toetreden tot de Olympische godenwereld. Kennelijk een grote eer, die in onze tijd alleen nog sportgoden toekomt als ze tijdens de Olympische Spelen een olympisch record vestigen. De sportgoden uit de antieke culturen werden als beloning gekroond met de corona triumphalis, een van laurierbladen gemaakte kroon, die het recht gaf om toe te treden tot het pantheon der goden. De corona triumphalis heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een grote beker, die de winnaar uit handen van een moderne Zeus, de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, ontvangt. 
 
Als de ‘goden’ echter een coronavirus uitzetten, is het afgelopen met ‘brood en spelen’. Exit Olympische Spelen. Zelfs Zeus zwijgt. Alleen virtuele games worden nog gespeeld.
Laten we duidelijk zijn. Zoals alle goden sterfelijk zijn, zo ook de sportgoden. Eens worden ze oud, ziek en sterven, tenzij een vroegtijdige dood hen treft door een hartaanval, hersenbloeding of een overdosis aan drugs. Mohammed Ali, eens wereldkampioen boksen, kon het in de kracht van zijn leven niet nalaten om steeds maar weer uit te roepen:
‘I am the best.’Als diepgelovige moslim had hij er geen enkel probleem mee om zijn tegenstanders knock-out te slaan, met vaak een zware hersenbeschadiging als gevolg. Aan het einde van zijn leven opende hij nog af en toe een sportmanifestatie of knipte hij vanuit zijn rolstoel een kleurig lint door. Tragisch. Maar zo gaat het nu eenmaal. Voorbeelden ten over waar onze grootheidswaan, illusies of overmoed uiteindelijk in uitmonden: de dood. Zelfs Jahwe God zei als ‘voorzitter van de godenraad’: 

‘Ik heb wel gezegd dat jullie goden zijn
en kinderen van de Allerhoogste,
maar toch zullen jullie sterven als een mens.
Psalm 82:6-7

Dat goden sterfelijk zijn, blijkt eveneens uit de leringen van de Boeddha. Toen hij tot verlichting kwam, wilde hij aanvankelijk geen onderricht geven. Hoe immers het pad van bevrijding aan de mensen duidelijk te maken? Het waren echter de goden die zich bewust waren van hun sterfelijkheid, die hem verzochten dit wel te doen, zodat zowel mensen als (lang)levende goden bevrijd konden worden van het wiel van geboorte en dood. Om deze reden wordt de Boeddha ‘leraar van goden en mensen’ genoemd.

‘Velen beseffen niet 
dat wij allen moeten sterven.
Maar wie het beseffen
zeggen hun geschillen vaarwel.’
Dhammapada 6
 Tibetaanse tekst
Pas als we de angels van begeerte en onwetendheid hebben uitgetrokken, houden geboorte en dood op te bestaan. Dan begrijpen we de woorden van Paulus in zijn Eerste Brief aan de Korintiërs (15:55): ‘Dood waar is je angel?’ De innerlijke mens is opgestaan. Hij heeft zijn graftombe (het stoffelijk lichaam) voorgoed verlaten. 

Niets nieuws onder de zon 
Bovenstaande teksten zijn voor mij een aansporing temeer om de oorzaak van de dood en het geheim van de opstanding uit de dood te begrijpen. Reden om te onderzoeken welk virus, welk gif ten grondslag ligt aan de zich steeds maar herhalende dramatische wereldgebeurtenissen, waarover in Boek Prediker (1:2-11) teksten staan als: 
‘Alles is ijdelheid’.
‘Wat geweest is, zal weer terugkomen en wat gebeurd is, zal opnieuw gebeuren. Er is niets nieuws onder de zon.’
En vooral: ‘Er is geen herinnering meer aan wat geweest is, en er zal ook geen herinnering zijn aan wat nog komen gaat.’
De schrijver van dit Boek wordt aangeduid als ‘Prediker”, zoon van David (Salomo), koning in Jeruzalem (vgl.1:12), d.w.z. dat hij zich identificeert met koning Salomo, een geliefde literaire fictie uit die tijd. Volgens diverse onderzoekers zou het Boek lang ná de tijd van Salomo geschreven zijn. 

De steeds weer in grote lijnen terugkerende gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid werden in de 19de eeuw o.a. vertolkt door de controversiële Duitse filosoof en dichter Friedrich Nietzsche (1844-1900). Zijn boek Also sprach Zarathustra wordt door menig filosoof beschouwd als zijn beste werk. Hierin staat de gedachte van ‘de eeuwige terugkeer’ centraal. Tevens beschrijft hij hierin ‘de wil tot macht’, die hij beschouwt als de sterkste drift in het leven en die ik, weliswaar vanuit een heel ander perspectief, kenschets als de voortdurende strijd om de troon en de kroon.
Nietzsches ideeën over de Übermensch, die God zal vervangen, en zijn ideeën over de Herrenmoral, waarin de sterkste zal zegevieren (mede geïnspireerd door de visie van Darwin), inspireerden Adolf Hitler, die zeer gesteld was op beide auteurs. Zowel Nietzsche als Darwin hielden er racistische ideeën op na, evenals Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, die erg op Nietzsche gesteld was en behalve een vrijmetselaar met een hoge graad, ook lid van het Duitse Thulegenootschap was. 

De idee van een toekomstige Übermensch inspireerde ook het transhumanisme (Ray Kurzweil), waarin straks een soort superman definitief het einde van de menselijke soort moet inleiden en waarin God niet meer nodig zal zijn. Dat Nietzsche zelf zijn ideaal van de Übermensch niet kon realiseren, blijkt uit zijn eigen leven. Afkomstig uit een vroom domineesgeslacht, leed hij aan grote frustraties met betrekking tot religie en God, die hij beide volledig verwierp. Lijdend aan syfilis, stierf hij in waanzin. 

Dat er niets nieuws is onder de zon, vinden we op een andere wijze ook terug bij de Boeddha, die stelde dat alles in de immense kringlopen van het bestaan verschijnt en verdwijnt: zeeën, bergen, aarde, levende wezens, planetenstelsels, sterren, het zichtbare heelal. De onmetelijke golfslagen van het bestaan bieden een getij van ‘eeuwig worden’, dat steeds opnieuw dukkha, een onbevredigd, onbestemd en thuisloos gevoel geeft, totdat we, bevrijd van het virus van onverzadigbaar verlangen en verlost van onwetendheid, de cirkelgang van geboorte en dood definitief doorbreken. Vrij! 

Ouroboros: cirkelgang van geboorte en dood
Alles keert terug van waaruit het eens is voortgekomen. We zijn gevangen in de cirkelgang van geboorte naar dood en van dood naar geboorte. De Boeddha noemde deze cirkelgang samsara en maakte duidelijk dat het zeer moeilijk is om het begin ervan te zien, maar niet het einde ervan, namelijk in onszelf. Bevrijding vindt altijd plaats van binnenuit
Deze cirkelgang is in de alchemie symbolisch uitgebeeld door de ouroboros, de slang die in zijn eigen staart hapt. 
 
In sommige alchemistische afbeeldingen draagt hij een kroon op zijn kop, waarschijnlijk als symbool van zijn macht over de stoffelijke wereld, die geheel door duisternis is ingesloten.
De meeste auteurs zien in de ouroboros uitsluitend de verbinding van de geest met de stof. In diverse manuscripten en oude boeken kwam ik hem regelmatig tegen. Deze reuzenslang, altijd afgebeeld in cirkelvorm, is m.i. ook het symbool van de zich steeds maar herhalende gebeurtenissen in het leven waarin wij ‘geworpen zijn’ (term uit de existentiefilosofie). Hij blijft in leven door alsmaar zijn eigen lichaam op te eten. Vandaar dat hij zijn staart in zijn bek heeft. Begin en einde zijn met elkaar verbonden doordat hij zich blijft voeden met leven dat voortkomt uit de dood. Dit proces heeft niets te maken met de opstanding uit de dood en het voorgoed beëindigen van deze cirkelgang. 

De ouroboros bevat het geheim van het cyclische leven, waarin ook de kennis van de steeds terugkerende tijdperken verborgen ligt. 
In de Bhagavad Gita is sprake van yuga’s, kalpa’s, mahakalpa’s, manvantara’s, pralaya’s en andere aanduidingen voor tijd en ruimte, in de gnostische geschriften aeonen genoemd. Of we nu in de mallemolen van het leven in een gouden, zilveren, koperen of ijzeren gondel zitten, het rad draait maar door en we betalen er nog voor ook, totdat we uiteindelijk goed misselijk worden van al dat gedraai. Dan klinkt in ons ‘het is genoeg geweest’ en zijn we rijp om het rad van geboorte en dood van binnenuit stop te zetten en voorgoed te verlaten. De weg daartoe is een directe weg, de weg van het ‘sterven vóór de dood’, een weg die leidt tot de opstanding. Eens ‘wierp’ een listig wezen (slang) ons in deze cirkelgang, door hem en zijn addergebroed gecontroleerd. De brandstof voor deze cirkelgang is begeerte, de eindeloos opgewekte verlangens die ons lichaam opeten en weer voeding verschaffen voor het volgende lichaam in een volgende geboorte, enzovoorts. 
  Eindeloos reïncarneren 
Pas als we geen voeding meer geven aan onze eindeloze verlangens, verlokkingen en illusies en het inzicht volledig is gerijpt hoe we uit deze boosaardige cirkelgang kunnen ontsnappen, vieren we ons ‘laatste avondmaal’, het afscheid van deze wereld van dualiteit, waarin we door de ‘val’ terechtkwamen. Het is tegelijkertijd de intrede in het tijdloze leven.
Bij het ‘laatste avondmaal’ vieren we de bevrijding uit de wereld van geboorte en dood, waarin talloze ‘levende doden’ de ‘dode doden’ begraven. Immers, de mens die geen weet heeft van de oorspronkelijke, geestelijke wereld, hoe springlevend hij ook meent te zijn, is in wezen een ‘levende dode’, dood voor de wereld van de geest, gevangen in de wereld van de stof, gevoed door dagelijkse verlangens en verwachtingen. 

Wie zijn ‘laatste avondmaal’ viert heeft de woorden van Jezus begrepen: ‘Laat de doden de doden begraven.’ Voor hem geen dagelijkse maaltijden meer vol verlangens. Hij leeft het leven op aarde, het rijk van tegenstellingen – soms plezierig, soms verdrietig, soms vreugdevol, soms lijdensvol – op een waardige en heilzame manier tot het einde toe uit, omdat hij het ‘beginloze’, het rijk van de geest, van de liefde en de waarheid, opnieuw heeft leren kennen. Vanuit innerlijke vreugde wenst hij de reis naar huis te gaan. Hij weet voorgoed dat, hoe moeilijk het soms ook is om in deze tijdsperiode te leven, het leven tevens de ultieme mogelijkheid is om vanuit gnosis het pad naar ware vrijheid te gaan. En bovenal weet hij van binnenuit dat het laatste woord aan de Liefde, het Licht en de Waarheid is.

Vanuit mijn hart, mede namens Marijke, wens ik u allen álle goeds, veel moed en vooral ook vertrouwen toe! 

© Marcel Messing