‘Paleis Europa’
Deel 1

Marcel Messing


‘De staat moet de dienaar zijn van de mens, hem beschermen in zijn vrije individuele ontplooiing en hem waardig zijn. Hij mag hem niet beheersen.’
[1]
Koningin Juliana

‘Paleis Europa’
Na het ‘nee’ van Nederland en Frankrijk tegen een Europees constitutioneel verdrag (1 juni 2005), gepaard gaande met een toenemende aversie tegen ‘Europa’, organiseerde twee jaar later de Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam een drietal symposia om nader in te gaan op deze ontwikkelingen. Koningin Beatrix, al vijftig jaar een overtuigd aanhanger van de Europese gedachte en zeer betrokken bij ‘project Europa’, nodigde hiervoor persoonlijk zes vooraanstaande Europese intellectuelen uit om hun ideeën omtrent de toekomst van Europa in Paleis Noordeinde uiteen te zetten. Naast voorstanders van ‘project Europa’ waren er ook tegenstanders, twijfelaars en eurosceptici uitgenodigd.

Koningin Beatrix was natuurlijk een zeer geschikte kandidaat om gastvrouw te zijn van deze symposia. Als invloedrijk lid van de Bilderbergclub, lid van het machtige Comité van 300 en grootaandeelhouder van Koninklijke Shell, onderhoudt ze uitstekende contacten met het internationale bedrijfsleven en de politiek en is ze een van de sturende krachten achter ‘project Europa’. Al in september 1961 sprak ze in Toulouse op de slotdag van de studiedagen van de Fondation Européenne de la Culture (Europese Culturele Stichting) de deelnemers enthousiast toe. De koningin kent natuurlijk vele staatshoofden, vorsten en vorstinnen persoonlijk. Tussen de Europese vorstenhuizen bestaat een directe bloedsband. Wie zich verdiept in Burke’s Peerage (‘Adelboek’), waarin de bloedlijnen van koningen en de adel beschreven zijn met uitlopers naar hedendaagse presidenten van ‘koninklijke bloede’, zal opmerken dat topposities internationaal met elkaar verstrengeld zijn en dat de invloed van royalties en peers (adel) zeer groot is. Veel daarvan komt nooit naar buiten.

Al sinds 1961 is koningin Beatrix vertrouwd met wat ze ‘het grote Europese avontuur’ noemt, waaraan ze refereert in de Voorbeschouwing van Paleis Europa. Grote denkers over Europa.[2] In dit boek vinden we de neerslag van de symposia. In de Voorbeschouwing schrijft de koningin: ‘De verdere eenwording van Europa betekent niet dat nationale cultuur en nationale identiteit aan belang inboeten. Integendeel: eigen taal, eigen cultuur, kortom eigenheid en zelfbewustzijn zijn van wezenlijk belang.’ (…) Het spreken over de Unie in verhullende termen roept achterdocht op. Dat wekt ten onrechte de indruk dat het Europese wordingsproces zich voltrekt buiten ons om en zonder onze controle. Niets is minder waar. Nationale parlementen en regeringen bepalen de voortgang van de samenwerking. (…) Ik ben ervan overtuigd dat volgende generaties met veel elan zullen bijdragen aan de toekomst van hun Europa.’[3]

Enkele uitspraken van de ‘grote denkers’

Over de Europese identiteit spraken achtereenvolgens de Pools-Franse historicus-filosoof Krzysztof Pomian en de Britse topdiplomaat Robert Cooper.

‘En stuk voor stuk moeten ze [allerlei vragen over de toekomst van Europa] niet zozeer aan historici als wel in de eerste plaats aan politici en uiteindelijk aan de Europese burgerij worden voorgelegd, die immers het laatste woord heeft.’
[4]
Krzystof Pomian

‘Temmen’ van de natiestaten
‘Het oogmerk van de Europese Unie is niet het afschaffen van natiestaten, maar het temmen van die staten, om ze zover te krijgen dat ze zich op een verstandige manier gedragen.’
[5]
Robert Cooper



Robert Cooper ‘maakte naam door zijn alom gerespecteerde boek The Breaking of Nations (2003), waarin hij het einde van de natiestaat in relatie tot een nieuwe wereldorde (curs. M.M.) schetst.’
[6] Duidelijker kan het niet. Cooper was Europees adviseur van Tony Blair, die graag voorzitter van de EU wilde worden, maar onder andere gedwarsboomd werd door Duitsland vanwege zijn dubieuze rol in de Irakoorlog. Toen verleden jaar in Groot-Brittanië het mediaschandaal rondom The News of the World van mediamagnaat Rupert Murdoch in alle hevigheid losbarstte en onder andere Tony Blair door een door het parlement ingestelde commissie ter verantwoording werd geroepen omtrent zijn regeringsperiode en de onwettige oorlog in Irak, werd hij door enkele aanwezigen uitgescholden voor oorlogsmisdadiger. Inmiddels zijn door het Kuala Lumpur War Crimes Tribunal Blair, G.W. Bush, Cheney, Rumsfeld en een aantal van hun medewerkers in officiële staat van beschuldiging gesteld van oorlogsmisdaden tegen de menselijkheid. Zij worden ook verantwoordelijk geacht voor de folteringen in onder andere de oorlog in Irak.[7]

Cooper was sinds 2002 de naaste medewerker van de Spanjaard Javier Solana, buitenlandcoördinator van de EU van 1999-2009, waarbij hij de eerstverantwoordelijke was voor het Europese defensie-en veiligheidsbeleid.
Solano was als voormalig secretaris-generaal van de NAVO (1995-1999) lid van de Bilderbergclub, zoals bijna iedere hoogste functionaris van de NAVO. Tevens was hij lid van de Club van Rome. Solano heeft zich altijd sterk gemaakt voor de uitbreiding van de NAVO tot een Europees leger en steunt de idee van een wereldleger van zijn vriend Henry Kissinger (‘The Spotlight, Special Report on the Bilderberg Group and the Shadow Government’, reprint september 1991); Kissinger schreef in de International Herald Tribune van 12 januari 2009 een artikel onder de kop ‘The Chance for a New World Order’. Achter de schermen oefent Solano nog steeds een grote invloed uit op het EU-gebeuren. Momenteel is hij president van ESADE. Centre for Global Economy and Geopolitics, opgericht door de jezuïeten.

Dus ‘ … niet het afschaffen van natiestaten, maar het temmen van die staten, om ze zover te krijgen dat ze zich op een verstandige manier gedragen’, is de visie van Robert Cooper. Temmen voor de nieuwe wereldorde? Diplomaten en duizenden EU-ambtenaren als ‘dompteurs’ van de bevolking, die hen nimmer gekozen heeft? Worden de ‘kleine luyden’ met een ‘klein denkraam’ uitgesloten door de ‘grote denkers’, terwijl ze beweren dat die luyden ‘het laatste woord’ hebben? Desinformatie verstrekken, opdat de staten zich ‘verstandig’ gaan gedragen? Wordt hiermee niet voor de zoveelste keer voorbijgegaan aan het gezond verstand van de burger? Blijft er voor hem als ‘het laatste woord’ slechts ‘verbijstering’ over?

‘Ten slotte zou de Partij nog gaan verkondigen dat twee plus twee vijf was, en dat zou je moeten geloven. (…) De grootste ketterij was gezond verstand. En het schrikbarende was niet dat ze je zouden doden omdat je anders dacht, maar dat zij misschien gelijk hadden. Hoe weten wij per slot van rekening immers dat twee plus twee vier is? (…) Als het verleden en de buitenwereld beide alleen in de geest bestaan, en als de geest beheerst kan worden – wat dan? (…) De Partij leerde dat je het getuigenis van je eigen ogen en oren moest verwerpen.’
[8]
Orwell, 1984

‘Het gevaar’ van referenda
En wat te denken van de uitspraak van de Amerikaanse auteur en politicoloog Larry Siedentop: ‘Ik wil allerminst beweren dat ik een voorstander ben van het referendum als bestuursinstrument, het kan immers heel gevaarlijk zijn; dat neemt echter niet weg dat het duidelijkste resultaat dat het referendum opleverde misschien wel het waarschuwingssignaal was dat de Europese Unie had nagelaten om de mensen voldoende te betrekken.’
[9] Mogelijk is de toenmalige Griekse premier Papandreos door deze ‘grote denker’ geïnspireerd toen hij het Griekse referendum afgelastte.

‘Het succesvolle Europa’ en de ‘dwergen’
Een van de conclusies van de nabespreking van de symposia is: ‘Hoe men het ook wendt of keert: de Europese Unie is een van de succesvolste politiek-economische samenwerkingsverbanden in de wereld. De samenwerkingsverbanden in Afrika, Zuid-Amerika en Azië zijn dwergen in vergelijking tot het succesvolle Europa. En niet alleen economisch is Europa een voorbeeld voor de rest van de wereld. Ook het hoge gehalte van de democratie en haar instituties is een lichtend voorbeeld voor landen buiten de EU geworden.’
[10]

Logisch dat de samenwerkingsverbanden in Afrika, Zuid-Amerika en Azië ‘dwergen’ zijn vergeleken bij het ‘succesvolle Europa’. Eeuwenlang heeft Europa deze werelddelen gekolonialiseerd en kleingehouden. Niet bepaald een reden om trots op te zijn, zeker als je beseft dat het neokolonialisme in onze tijd gewoon doorgaat onder de noemer van bijvoorbeeld ‘regimeverandering’ of globalisering.
Dat talloze burgers zich in toenemende mate bewust zijn geworden van het feit dat zij op geen enkele wijze betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de EU en dat zij geen enkele inspraak hebben bij de totstandkoming van talloze beleidsbeslissingen en wetten, is uitvoerig in mijn Nieuwsbrieven beschreven.
[11] De frustraties bij de burgers nemen toe. Het aantal critici met gedegen achtergrondkennis wordt groter en zelfs een aantal Europarlementariërs laat een kritisch geluid horen.



Elysée-verdrag
Veel redenen om 22 januari jl. in Berlijn het vijftigjarig Elysée-verdrag tussen Frankrijk en Duitsland te vieren waren er niet. In 1963 werd dit verdrag getekend door de Franse president De Gaulle en de Duitse bondskanselier Adenauer in het Elysée (ambtswoning van de Franse president) te Parijs. Beoogde het verdrag een samenwerking tussen Duitsland en Frankrijk op het gebied van de buitenlandse politiek, militaire aangelegenheden en het jeugdwerk, met als doel een sterk continentaal Europa in het teken van veiligheid en vrede,
[12] anno 2013 worden niet alleen steeds meer fricties zichtbaar tussen Frankrijk en Duitsland, maar ook tussen andere lidstaten van de EU en ten opzichte van Brussel. De koele omhelzing van Angela Merkel door François Hollande in Berlijn tekende de sfeer in het ondergesneeuwde Europa en had niet de warmte die er voorheen tussen Merkel en Sarkozy was.
De steeds meer gehoorde klacht is de geringe betrokkenheid van de burger en het uit handen geven van de nationale beslissingsbevoegdheid aan Brussel.

Toespraak premier Cameron
In zijn recente toespraak over zijn voornemen voor een referendum over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie, wijst de Britse premier David Cameron niet alleen op een aantal positieve zaken van de EU, maar bekritiseert hij ook het gebrek aan openheid van de EU en de steeds groter wordende kloof tussen de EU en de burgers. Vanuit een opbouwende inbreng pleit hij ervoor om de lastige vraagstukken gezamenlijk aan te pakken om tot fundamentele veranderingen te komen. ‘Het grootste gevaar voor de Europese Unie komt niet van de pleitbezorgers voor verandering, maar van degenen die nieuwe zienswijzen afdoen met ketterij. (…) Meer van hetzelfde heeft nu eenmaal meer van hetzelfde tot gevolg: minder concurrentie, minder groei, minder banen.’
[13]

Zijn visie op een hernieuwde EU, aangepast aan de eenentwintigste eeuw, is gestoeld op de volgende beginselen: verbetering van de concurrentiepositie in verband met de opkomende economieën van onder andere Azië, wat flexibiliteit, keuzemogelijkheden en openheid vereist; de macht weer in handen van de lidstaten; democratische verantwoordelijkheid, met andere woorden een grotere en belangrijkere rol voor de nationale parlementen; naleving van nieuwe akkoordafspraken voor de eurozone.
Op latere termijn wil hij bekijken wat de resultaten hiervan zijn om die tot inzet te maken van een referendum bij de verkiezingen in 2015, als de Conservatieve Partij deze tenminste wint. In dit referendum is het aan de bevolking te beslissen over ‘in’ of ‘uit’ de EU; hij hoopt niet dat dit laatste gebeurt, maar dat de EU een succes wordt. Cameron roept de andere EU-landen op zijn voorbeeld te volgen, omdat hij heeft gemerkt dat ook daar grote onrust heerst over de snel toenemende beslissingsmacht van de EU ten koste van de nationale staten.
[14] Of Cameron na deze toespraak voor de machtselite nog inzetbaar is, zal de nabije toekomst uitwijzen.
In Nederland liet fractieleider van de PvdA Diederik Samson weten dat hij geen angst had om eventueel een referendum te organiseren. Toen PVV-voorman Geert Wilders, die bekendstaat om zijn veelvuldige scherpe kritiek op de EU, hem enthousiast vroeg om dit dan samen te doen, was hierover geen consensus vanuit de PvdA, wat te verwachten was.

Profetische woorden
Aan het slot van de nabespreking van Paleis Europa spreken de redacteuren de bijna profetische woorden: ‘De werkelijke binding tussen de Europese staten zal getest worden, mocht het op een dag economisch of politiek fors tegenzitten met de Europese Unie. Dan zal pas echt blijken of de krachten die nu voor schijnbare cohesie zorgen het winnen van destructieve invloeden.
[15] Alles lijkt erop dat we momenteel midden in zo’n testfase zitten. Immers, heerste er na de twee wereldoorlogen consensus tussen de lidstaten van de EU over een Europa als anti-oorlogscoalitie, onlangs nog eens benadrukt door premier Cameron in zijn toespraak, sinds het begin van deze eeuw is er bij de Europese burger sprake van wantrouwen jegens de bureaucratie en technocratie van Brussel en de geloofwaardigheid van de eigen regering. Tevens nemen de frustratie en boosheid bij de burger toe, omdat hij erachter is gekomen dat de euro in feite zijn koopkracht heeft aangetast en dat hij intussen via het belastingstelsel moet meebetalen aan het overeind houden van de grote banken die al jarenlang een wanbeleid voeren, maar tegelijkertijd goed zorgen voor hun aandeelhouders en topmanagers (hoge bonussen). Het grootst echter is de angst voor de toenemende machtsconcentratie van Brussel, waar duizenden eurocraten op bijna kafkaiaanse wijze over de lidstaten beslissen, die steeds minder beslissingsbevoegdheid overhouden. Een op totalitaire wijze bestuurd Europa komt steeds meer in zicht. Indien het huidige beleid van de EU wordt voortgezet, hoeft men geen profeet te zijn om te voorzien dat dit kan leiden tot sociale onrust en mogelijk tot opstand van de burgers. De chaos die hieruit kan voortkomen zal zeker niet het klimaat zijn waarin de nieuwe wereldorde gevestigd kan worden, waar de machtselite al zo lang naar streeft. Er lijkt een fase te zijn aangebroken waarin bepaalde plannen van de elite wel eens een totaal andere wending zouden kunnen krijgen.
Als de politieke leiders de moed zouden hebben een referendum te organiseren over welke kant we op moeten met Europa, zouden ze wel eens zeer verrast kunnen zijn over de uitslag ervan. De arrogante boycot in het verleden van referenda in Frankrijk, Nederland en Ierland en het gemanipuleerde Verdrag van Lissabon ligt bij velen nog vers in het geheugen.

Vragen
In de inleiding van Paleis Europa stelt Geert Mak een aantal vragen. Een kleine greep hieruit: ‘Moeten we het [Europese project] beschouwen als een almaar voortgaand proces van vrede en welvaart, de droom van de grote Europese pionier Jean Monnet, het begin van een nieuwe internationale rechtsorde die uiteindelijk de wereld zal omspannen? Is Europa misschien ook een politieke formule? Wellicht zelfs, in de turbulente eeuw die ophanden is, een overlevingsstrategie?’
[16]

Troonrede 2008 en de burger bijna schaakmat
In de troonrede van 2008 sprak koningin Beatrix de volgende woorden: ‘De Europese Unie heeft vrijheid en veiligheid gebracht in ons deel van de wereld. De regering zal zich blijvend inzetten voor een hechte Europese samenwerking. Het is verheugend dat u, Staten-Generaal, het Verdrag van Lissabon heeft goedgekeurd. De regering hoopt dat de lidstaten van de Unie in 2009 vervolg geven aan de ratificatie. Samenwerking in Europees verband is eveneens cruciaal bij het realiseren van duurzame economische groei. De begroting van de EU dient daar in toenemende mate op te worden gericht.’



In datzelfde jaar poogde de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy (afstammeling van de Hongaarse ‘lage’ adel) vaste voorzitter te worden van wat hij de ‘eerste economische regering van de Europese Unie’ noemde, waar hij in het Europees Parlement in Straatsburg een pleidooi voor hield. (Le Monde, 23 oktober 2008) Sarkozy wilde ook graag leider van de eurogroep blijven. Velen waren echter bezorgd dat Sarkozy de onafhankelijkheid van de ECB (Europese Centrale Bank) te veel onderuit zou halen. Men zag meer in de plooibare Jean-Claude Juncker uit Luxemburg (Bilderberger en lid van het Comité van 300), die inmiddels zijn functie heeft overgedragen aan de alom geroemde Nederlandse minister van financiën Jeroen Dijsselbloem, van huis uit landbouweconoom en lid van de PvdA. Na veel gelobby en enkele bezwaren van Franse zijde bij monde van de minister van financiën Moskovici, was de weg vrij voor deze enige kandidaat voor de functie. Alleen Spanje stemde tegen, niet naar het heet vanwege de persoon Dijsselbloem, maar omdat Spanje zich in toenemende mate van belangrijke functies binnen de EU voelt uitgesloten, onder andere door Nederland. Ongetwijfeld hebben de strikte voorwaarden die Nederland en enkele andere lidstaten een poosje geleden aan Spanje stelden om in aanmerking te komen voor een nieuwe miljardenlening, hierbij een belangrijke rol gespeeld.



In ieder geval een uitstekende, knap berekenende zet op het schaakbord van de machtselite. Het boek The Grand Chessboard  van de grootmeester in het wereldschaakspel, Zbigniew Brzezinski (Bilderberger en lid van het Comité van 300), zou wel eens de inspiratiebron voor deze zet kunnen zijn geweest. Koning, koningin en kastelen blijven op het schaakbord buiten schot, terwijl (werk)paarden, lopers en pionnen tegen een hoog inkomen voorlopig actief blijven. Het zal zeker niet gemakkelijk worden voor Jeroen Dijsselbloem om als minister van financiën de Nederlandse belangen in de Europese Unie te verdedigen en tevens voorzitter van de eurogroep te zijn, al heeft hij de beste voornemens om goed met deze dubbelfunctie om te gaan. Zijn staatssecretaris Frans Weekers zal het wellicht ook drukker krijgen. Of u en ik op Jeroen Dijsselbloem gestemd hebben voor deze positie? Natuurlijk niet. Dat deden we toch ook niet bij de benoemingen van de heren Barroso (voorzitter van de Europese Commissie), Draghi (voorzitter van de ECB), Schulz (voorzitter van het Europees Parlement) en Van Rompuy (voorzitter van de Europese Raad)? Met Dijsselbloem erbij zal de weg naar een ‘politieke unie’ waarschijnlijk soepeler verlopen, want er zal straks ongetwijfeld extra druk worden uitgeoefend op Nederland om dit recalcitrante landje beter te kunnen ‘temmen’ en geleidelijk in te lijven in de nieuwe politieke en financieel-economische orde.

Al op 24 oktober 2008 waren Sarkozy en Barroso bij president G.W. Bush om samen een wereldtop te beleggen over een nieuw wereldwijd financieel stelsel, waar zowel Sarkozy als de toenmalige Britse premier Brown grote voorstanders van waren. Zonder enige betrokkenheid van de burger was een en ander dus al lang voorbereid. Voor de zoveelste keer werd het vertrouwen van de burger ernstig geschonden, zijn waardigheid vertrapt en zijn vrijheid als hoogste goed nog meer ingeperkt. ‘Project Europa’ is overduidelijk een aangelegenheid van de machtselite, niet van de burgers, die bijna schaakmat zijn gezet, maar dit nog onvoldoende beseffen.

Kersttoespraak 2012
De uitgelekte Kersttoespraak van koningin Beatrix ligt nog vers in het geheugen. We citeren en becommentariëren hieruit enkele passages.



‘In de wereld van vandaag is eigen vrijheid voor velen het hoogste goed. Mensen moeten zich kunnen ontplooien en mogen hun bestaan zelf vorm geven. Maar zonder saamhorigheid kan een individu zich niet ontwikkelen, verschraalt solidariteit en valt de samenleving uiteen. Er is nu meer dan ooit behoefte aan gezamenlijke waarden als basis voor vertrouwen.
(…)
Vertrouwen kan niet worden opgelegd; het groeit vanuit de gemeenschap zelf. Het vergt geloof in elkaars trouw en betrouwbaarheid. Vertrouwen over en weer maakt de maatschappij leefbaar. Democratie beoogt voorwaarden te scheppen voor regeren op grond van vertrouwen. Onze grondwet geeft burgers gelijke rechten, maar vraagt ons ook anderen als gelijkwaardig te aanvaarden en te respecteren. In de rechtsstaat ligt de basis voor een houdbare samenleving. Dit vraagt meer dan regelingen voor bestuur en besluitvorming. Het gaat vooral om aandacht voor elkaars verlangens en meningen én gerichtheid op het algemeen belang.
(…)
De Europese gemeenschap heeft welvaart gebracht. Maar er is meer dan geld alleen; bovenal biedt Europa ons vrede. Toch lijkt het of onvrede alles overschaduwt. In de crisis die ons nu treft is een klimaat ontstaan waarin wantrouwen de boventoon voert. Bevrijding uit die negatieve instelling begint met het besef dat Europa niet een vreemde mogendheid is maar onze eigen gemeenschap in dit werelddeel. Europa, dat zijn wij zelf. In zelfvertrouwen kunnen wij aan Europese samenwerking blijven bouwen.’

Vertrouwen? Vorsten, horigen en lijfeigenen
‘Europa, dat zijn wij zelf.’ Eigen vrijheid, saamhorigheid, solidariteit, gezamenlijke waarden, vertrouwen, democratie, gelijkwaardigheid, de rechtsstaat…Prachtige woorden, uitgesproken door Hare Majesteit, hoewel ze een beetje doen denken aan ‘dubbeldenk’ in Orwells 1984. Het woordje ‘majesteit’ komt overigens van het Latijnse woord māiestās, dat ‘hoogheid’, ‘waardigheid’, ‘heiligheid’, maar ook ‘(de) luisterrijke’ of ‘(de) schitterende’ betekent.
Sinds lange tijd is Zijne of Hare Majesteit de aanspreektitel voor ‘goden’ en vorsten, die, zeker bij officiële toespraken, graag de pluralis majestatis ‘wij’ gebruiken. Zo drukken ‘Hunne Majesteiten’ nu eenmaal hun waardigheid en hoogheid uit tegenover de (gewone) burger, die voordat hij burger werd genoemd als ‘onderdaan’ werd beschouwd vanwege zijn verplicht onderdanig gedrag aan de vorst en andere adellijke lieden, wat in sommige landen nog steeds het geval is. Ook ‘horige’ was een van de ‘koosnamen’ voor de vroegere burger, omdat hij ‘horig’ én schatplichtig was aan zijn heer. Een horige was principieel een onvrij mens, afhankelijk van het hofrecht. Een horige moest gehoor geven aan de bevelen van ‘Hunne Hoogheden’. Gehoorzaamheid dus. Ook de term ‘lijfeigene’ was lange tijd in zwang, omdat de vorsten volgens een ‘goddelijk’ recht gewone mensen als hun eigendom beschouwden. De adel claimde vroeger zelfs het recht van de eerste huwelijksnacht van de toekomstige vrouw van een van hun dienaren (slaven), wat vaak neerkwam op botte verkrachting, zoals ook vóór de christelijke jaartelling de tempelpriesters de toekomstige bruiden ‘inwijdden’.
Of koningen en koninginnen het vertrouwen van de burger verdienen, zal in deel 2 van ‘Paleis Europa’ beschreven worden.

Burger en burcht
Vanaf de late Middeleeuwen, als het aantal rechten, maar tegelijkertijd het onevenredig aantal plichten voor de ‘lijfeigene’ toeneemt, komt meer en meer het woordje ‘burger’ in zwang. Burgers zijn zij die aan de voet van een burcht van een koning of feodale heer woonden. Aan hen waren ze schatplichtig. Ze vulden hun schatkist en werden maar al te vaak ingeschakeld voor het voeren van oorlogen in naam van God, koning, vrijheid en vaderland, eufemistische termen ter rechtvaardiging van het eigenbelang der koningen: gebiedsuitbreiding, plundering van andermans eigendommen, toe-eigening van grondstoffen, het maken van slaven. ‘Alleen uit begeerte voeren koningen oorlogen met elkaar’, zei de Boeddha zo’n 2600 jaar geleden. Begeerte naar grond, grondstoffen, vee, andermans bezittingen, vrouwen, arbeiders… Zo was het vroeger en zo is het nu nog vaak.



Moderne koningen
Tegenwoordig spreken presidenten als moderne koningen over change, regime change en ‘het brengen van democratie’, waarbij er volgens hen onvermijdelijk sprake kan zijn van collateral damage (‘zijdelingse schade’). ‘Ongelukjes’, zoals zij het noemen, bij een ‘precisiebombardement’ vinden nu eenmaal plaats. Riepen vroeger de koningen de oorlogsgoden aan voor hun strijd, de president-koningen van nu spreken het ‘God bless you’ over de hoofden van hun strijders uit, nadat ze eerst advies hebben ingewonnen bij hun raadslieden die in rechtstreeks contact staan met de warlords (oorlogsgoden) van de wapenindustrie. De meeste strijders weten niet beter dan dat ze vechten voor God, vaderland en vrijheid, omdat de machthebbers hen dit al duizenden jaren hebben ingeprent. De ‘collateral dammage’ tijdens de twee Irakoorlogen lieten een totaal verwoest land na, circa 1,2 miljoen doden, inclusief de honderdduizenden kinderen die door de voedselboycot in de eerste Irakoorlog van honger zijn gestorven. Om nog maar niet te spreken van de talloze getraumatiseerde en gewonde Iraakse en Amerikaanse burgers en soldaten. Uit hopeloosheid pleegden velen van hen zelfdoding.

'Arbeid adelt, maar adel arbeidt niet’
Als tegenprestatie voor hun arbeid werden de burgers vroeger beschermd door het leger van de koning of feodale heer en wierp de Kerk, die heulde met de Staat, zich op als middelaar tussen mens en God en stelde de bescherming van de ziel in het vooruitzicht tegen een vergoeding in geld en goederen. Denk aan de tiende die men moest opbrengen voor de feodale heer of de Kerk. Door het zaaien van angst en geestelijke terreur (inquisitie) eigende de Kerk zich de macht over hemel, hel, vagevuur en eeuwige verdoemenis toe, onderbouwd met kreupele theologische stellingen, dogma’s en kerkelijke rechtbanken. De aan de burger verleende rechten, maar vooral plichten door vorst en edellieden, die zich beriepen op speciale bloedlijnen (‘blauw bloed’), bleven onder controle van de heersende adellijke macht. In die tijd (en vaak nog) gold het gezegde: ‘arbeid adelt, maar adel arbeidt niet’.

Van aristocratie naar democratie
De weg van aristocratie (de adel regeert) naar democratie (het volk regeert), van de soevereiniteit van de adel naar de soevereiniteit van de burger, is een lange en moeizame weg. Keer op keer zullen de machtigen van Kerk en Staat door list en bedrog de burger ‘dom en krom’ trachten te houden, zodat de feitelijke beslissingsmacht bij hen blijft liggen.



Dit heeft reeds tot menig revolutie geleid. Werkelijke vrijheid, geleid door innerlijke verantwoordelijkheid, mededogen en liefde voor alle levende wezens, is volstrekt iets anders dan de verleende ‘pseudo-vrijheid’ aan ‘onderdanen’ (tegenwoordig welwillend ‘landgenoten’ genoemd). Hierbij dient aangetekend te worden dat de toegeëigende ‘strookjes’ land door vorst of adel in het verleden meer dan groot genoeg waren om van te leven. Bedelaars worden in vorstenhuizen niet aangetroffen.
Zo zal bijvoorbeeld koningin Elisabeth II, trouw bezoekster van de Bilderbergclub en lid van het Comité van 300, evenals haar zoon en gedoodverfde troonopvolger prins Charles, voorlopig niet hoeven te bezuinigen. Volgens het uitstekend gedocumenteerde boek van Kevin Cahill & Rob McMahon Who Owns the World, waarin het eigendom van elk stukje land van deze planeet wordt beschreven, is koningin Elisabeth II, staatshoofd van het Verenigd Koninkrijk en van 31 andere staten en gebiedsdelen, de grootste grootgrondbezitter ter wereld. Ruw geschat bezit ze 66.600 miljoen acres land (een acre is 4047 vierkante meter). Waarde: ongeveer: $ 33.000.000.000.000 (drieëndertig biljoen dollar), een getal dat de gemiddelde burger waarschijnlijk niet eens kan uitspreken, om nog maar te zwijgen van allerlei schatten, edelmetalen, bedrijven, onroerend goed e.d.
De Russische graaf en schrijver Leo Tolstoj, die onder invloed van zijn briefwisseling met Mahatma Gandhi wezenlijk veranderde en afstand deed van zijn adellijke titel, landgoed en bezittingen, geeft in het verhaal ‘Heeft een mens veel land nodig?’ aan, hoeveel dat is. Nadat de naar meer land begerige boer Pachom exact stierf op het moment dat hij eigenaar zou worden van de door hem in één dag belopen grond van de Basjkiren, groef zijn knecht onder het toeziend oog van de Basjkiren en hun hoofdman een graf voor hem ‘– precies zoveel als er nodig was van zijn hoofd tot zijn voeten, drie arsjinen,  – en begroef hem’.
[17] Zoveel grond heeft een mens dus nodig.

‘Zijne laagheid’, ‘Zijne Hoogheid’ en de anunnaki
Het woordje ‘burger’ is ontleend aan ‘burcht’, het kasteel waarin een koninklijke familie of feodale edellieden woonden. De burger woonde aan de voet van de burcht waaromheen geleidelijk een dorpje of stadje ontstond. Ook het Frans kent de relatie burcht (citadelle) en burger (citoyen). Van oudsher was de burger als het ware ‘zijne laagheid’, die opkeek naar ‘Zijne’ of ‘Hare Hoogheid’ in de ‘hoge burcht’. Stapje voor stapje kreeg de ‘horige’ iets meer rechten, een beperkt ‘burgerschap’ en veel later het kiesrecht. Het woordje ‘hoogheid’ gaat terug tot de koningen in de oudheid, die volgens de Sumerische kleitabletten, mythen en andere overleveringen hun oorsprong vinden in de bloedlijnen der anunnaki. De anunnaki (Sumerisch voor ‘zij die van boven naar beneden afdaalden’) werden als ‘goden’ beschouwd. Ze kwamen immers ‘vanuit den hoge’, waar de ‘goden’ geacht werden te vertoeven. Op velerlei gebied waren de anunnaki veel verder geëvolueerd dan de mens. Ze beschikten over een uiterst geavanceerde (ruimtevaart)technologie en waren meesters in de genetica en genetische manipulaties. Anu werd als de ‘Allerhoogste’ (god) vereerd. Volgens diverse overleveringen bezocht hij de aarde. Er bestaat nog een Latijnse zegswijze in Anu Domini, die vermoedelijk verwijst naar de overlevering dat Heer Anu in zijn dingir (hemelschip) naar de aarde is afgedaald. Er zijn aanwijzingen dat in Anu Domini later door de Kerk is omgevormd tot in anno Domini, ‘in het jaar van de Heer’, wat vanaf dat moment betrekking heeft op de geboorte van de Heer Jezus, die overigens ook ‘van boven naar beneden afdaalde’ (begeleid door een beweegbare ster!), zij het met een geheel andere boodschap – de mens inzicht geven in de weg tot bevrijding.

Creatie van de lulu’s
Volgens de kleitabletten zouden  nogal wat anunnaki afkomstig zijn van de planeet Nibiru. Ze werden meestal ‘wachters’ (of ‘goden’) genoemd, omdat ze onder andere als taak hadden de ontwikkeling van de levende wezens op aarde te volgen en vooral de zich ontwikkelende mens stap voor stap te begeleiden en te onderrichten in de hogere levenswetten. Niet alle wachters mogen zomaar over één kam geschoren worden en afgeschilderd worden als negatieve entiteiten. Omdat de planeet Nibiru door allerlei ingrijpende gebeurtenissen in haar voortbestaan werd bedreigd, daalde een groep wachters zonder toestemming op aarde af, op zoek naar goud, dat gewonnen en vermalen werd tot uiterst fijne deeltjes die in de atmosfeer van Nibiru werden uitgestrooid.
Om tegemoet te komen aan de klacht van de wachters dat hun werk in de goudmijnen (vooral in Afrika) veel te zwaar was, werd gedacht aan de creatie van een ‘werker’, een slaaf. De lulu werd geschapen, het resultaat van een staaltje genetische manipulatie en vernuft. De creatie van de lulu’s (Sumerisch voor ‘mengwezens’), kruisingen die via in-vitrofertilisatie door vermenging van zaad van anunnaki met eicellen van ver ontwikkelde primaten, is opgetekend op Sumerische en Babylonische kleitabletten. De eerste embryo’s werden geïmplanteerd in zeven anunnakidraagmoeders. Na de geboorte werden de lulu’s door de anunnaki ‘opgevoed’ en klaargestoomd om als ‘werkers’ (slaven) de zware arbeid van de ‘goden’ op aarde te verlichten. Vooral de goudmijnen en ‘de hoven van E.din’ waren hun werkterrein. Op diverse kleitabletten en in andere oude overleveringen is meer informatie te vinden over de wijze waarop dit hybride lulu-ras vruchtbaar werd gemaakt en zo in staat was zich te vermenigvuldigen. Ook zijn er diverse oude overleveringen en verhalen die informatie bevatten over buitenaardse invloed op de mens, wat lijkt aan te sluiten op de resultaten van sommige moderne genetische onderzoeken. De wetenschap heeft deze verhalen en overleveringen, die natuurlijk kritisch onderzocht dienen te worden, nog nauwelijks of helemaal niet bestudeerd.

Een misdaad
In de ogen van ‘de Allerhoogste’ werd de geslachtsgemeenschap van de wachters met ‘de dochters der mensen’ als een misdaad gezien, als het begin van het bederf van het toenmalige menselijk geslacht. Een misdaad, die evenals de creatie van de lulu’s, bestraft diende te worden. In het kader van dit artikel kan hier niet verder op worden ingegaan. In elk geval lijken in de overleveringen twee thema’s steeds weer door elkaar te lopen: de geslachtsgemeenschap van ‘de zonen der goden’, groot van gestalte, met de ‘dochters der mensen’, waaruit een nieuw, eveneens groot en indrukwekkend ras ontstond, de reuzen; en de creatie van de lulu’s, een ‘slaven-ras’, dat vruchtbaar werd en wel eens te maken zou kunnen hebben met de latere ‘homo sapiens’ uit de evolutietheorie. Deze vraagstukken dienen naar mijn mening serieus bestudeerd te worden, omdat hiermee de wortel van ons bestaan geraakt wordt. Al te gemakkelijk worden steeds weer populaire ideeën over het ontstaan van de mens (schepping versus evolutieleer) gelanceerd zonder gedegen kritisch onderzoek.

Koningschap, schitterende ‘goden’ en hemelse voertuigen
Volgens de overleveringen stelden de anunnaki het ‘koningschap’ in om op Eridu (de aarde) hun macht te verzekeren. Zo zou de in ontwikkeling zijnde mens onderdanig en horig aan hen blijven en volgens het oude anunnaki-recht hun ‘bezit’ of ‘lijfeigene’ zijn. Opmerkelijk is dat de woorden kinship (verwantschap) en kingship (koningschap) verwant zijn aan elkaar. In het bij de Babyloniërs en Assyriërs zeer bekende op kleitabletten beschreven scheppingsverhaal Enuma Elish, dat letterlijk ‘Toen daarboven’ betekent, kunnen we hier meer over lezen, maar ook in de lijsten waarin de Egyptische ‘goden’, farao’s en koningen beschreven zijn.

Aan de vroegere ‘goden’ werd vanwege hun ‘glanzende hemelse voertuigen’ en ‘gevleugelde gouden koetsen’ een ‘schittering’ (majesteit) toegedicht, waardoor de mensen, die niet beter wisten, hen ‘de schitterenden’ of ‘de stralenden’ gingen noemen. In talloze mythen, legenden en verhalen over de hele wereld is sprake van ‘glanzende hemelse voertuigen’, die met ‘goddelijke luister’ door de hemel vliegen en zo nu en dan mensen ‘onder hun adelaarsvleugelen dragen’. Zo is de mythische vogel Garuda (half adelaar, half mens), het ‘glanzende hemelse voertuig’ van Vishnu. Garuda werd ‘de koning der vogels’ genoemd. Vergelijk de glanzende Air Force One, de ‘Eagle’, die de hemel klieft wanneer de president van de Verenigde Staten (vaak van koninklijke bloede) door het luchtruim vervoerd wordt en mindere goden voor deze ‘Adelaar’ moeten wijken.

 
Air force one, het presidentiële vliegtuig en Garuda het vliegende vervoer van Vishnu

De ‘hemelgod’ Indra, die dankzij zijn ‘goddelijke attributen’ de macht over het weer had en het naar believen kon laten regenen, stormen of droogte kon veroorzaken (een soort Haarp avant la lettre), ‘suisde’ met zijn ‘glanzende Stormvogel’ door de hemelen en scheerde soms tot grote schrik van de mensen rakelings langs de aarde, aldus de vedische geschriften uit India. ‘De glanzende heerlijkheid van Jahwe’ (kibod) heeft alle eigenschappen van een supermodern vliegtuig of ruimteschip, dat vergeleken werd met een adelaar ‘onder wiens vleugelen’ het volk van Jahwe bescherming vond, vooral bij aanvallen om stukken grond te veroveren. In Engelstalige overleveringen wordt gesproken van de shiny ones, ‘de schitterenden’. In het hindoeïsme en het boeddhisme is sprake van deva’s, vaak vertaald als ‘goden’, hoewel deva (Sanskriet) letterlijk ‘de schitterende’ betekent, een woord dat ook Zarathustra in zijn gathā’s (liederen) gebruikt. In alle mythen ter wereld is sprake van de ‘schitterenden’, de shiny ones, de lichtende Bene Ha Elohim (‘zonen van God – de goden’), meestal foutief vertaald als ‘God’.

Arbeider en onderdaan van ‘goden’ en koningen
In Genesis zijn het de Bene Ha Elohim die voor hun hof van E.din een sjomer (Hebreeuws voor arbeider) nodig hadden. ‘…er was nog geen mens om de grond te bebouwen.’ (Genesis 2:5) Ze schiepen de mens ‘naar hun beeld en gelijkenis’ (Genesis 1:26) om de hof van E.din ‘te bebouwen en te bewaken’ (Genesis 2:15). De Bene Ha Elohim waren de naar de aarde afgedaalde wachters, in het Hebreeuws nefilim genoemd, een woord dat qua betekenis overeenkomt met het woord anunnaki. Omdat de nefilim groot van gestalte waren, worden ze in talloze verhalen ‘reuzen’ genoemd, evenals hun nazaten die uit de gemeenschap tussen de nefilim en ‘de dochters der mensen’ werden geboren. (Zie ook de beschrijving van de anunnaki.) ‘In die dagen – en ook nog daarna – leefden er reuzen op de aarde, doordat de zonen van God gemeenschap hadden gehad met de dochters van de mensen, bij wie ze kinderen hadden verwekt. Zij waren de befaamde geweldenaars [mensen van zeer grote lichaamskracht en bekwaamheid] van de oude tijd.’(Genesis 6:4)

‘Gevallen engelen’
De diverse wachters die volgens de oude overleveringen vanuit andere planeten (o.a. Nibiru) op aarde waren afgedaald, werden later, hetzij abusievelijk, hetzij opzettelijk, door de Kerk ‘gevallen engelen’ genoemd. Van oudsher worden de wachters of engelen uitgebeeld met grote vogelachtige vleugels, die natuurlijk niet duiden op letterlijke veren, omdat die tijdens de afdaling al lang verbrand zouden zijn vooraleer de atmosfeer van de aarde bereikt was; zonder een ‘hitteschild’, zoals bij onze raketten, is zo’n afdaling onmogelijk. Vermoedelijk verwijzen de vleugels van de wachters of engelen naar de vleugels van hun ‘glanzende hemelvoertuigen’.

Gevleugelde wezens
Schittering, glans en luister zijn majesteitelijke kenmerken die we in alle koningshuizen aantreffen, onder andere in dure gobelins, schilderijen, wapenschilden en talloze voorwerpen van edelmetaal, bij voorkeur goud. Veel van deze kunstwerken zeggen iets over de verwantschap met ‘daarboven’, met ‘de sterren’ en het ‘sterrenbeeld’ waarmee koningen en adel zich in het algemeen verbonden weten. Vliegende draken verwijzen naar het sterrenbeeld Draco, de gevleugelde slangen naar Serpens en Hydra, de leeuwen met brede manen naar Leo, de wolven naar Lupus, de breed gevleugelde zwanen naar Cygnus, het gevleugelde paard naar Pegasus. Het zijn regelmatig terugkerende motieven. In de talloze mythen verwijzen de vleugels, ‘glanzende hemelschepen’ en ‘gouden koetsen’ die voortgetrokken worden door ‘gevleugelde wezens’ naar mijn mening naar de ruimtevaarttechnologie avant la lettre van de anunnaki. Onze ruimtevaarttechniek kwam na de Tweede Wereldoorlog tot ontwikkeling.

Dat de adel zich graag omringt met astronomen en/of astrologen is bekend. Zo adviseerde de astroloog en geneeskundige Nostradamus (16de eeuw) menig vorstenhuis, liet Napoleon zich op beslissende momenten adviseren door astronomen, raadpleegde Elisabeth I regelmatig haar hofadviseur John Dee en onderhield koningin Juliana een vriendschappelijk contact met Greet Hofmans en J.W. Kaiser, die goed op de hoogte waren van de astrologie. Maar ook presidenten, politici en bankiers laten zich wel eens, meestal heimelijk, door een astroloog adviseren. Zo nam de voormalige Hollywoodster en latere president van de Verenigde Staten, Ronald Reagan, geen enkele belangrijke beslissing zonder zijn ‘hofastrologe’ Joan Quigley te raadplegen om te weten ‘wat er in de sterren geschreven stond’.
[18] In mei 2011 kwam in de openbaarheid dat eurocommissaris Neelie Kroes regelmatig advies inwon bij de astrologe Lenie Drent uit Amsterdam, die ook vastgoedondernemer Jan-Dirk Paarlberg adviseerde.



Lulu’s en ‘hoogheden’
De ‘hoven van E.din’ waren bij uitstek de plaatsen op aarde waar de ‘hemelse voertuigen’ van de ‘goden’ landden. Het waren tevens de lusthoven der ‘goden’. De lulu’s, die zoals we zagen werkzaam waren in de mijnen en de ‘hoven van E.din’ en beschouwd werden als arbeiders, onderdanen, lijfeigenen, horigen, slaven, zagen onderdanig op tegen de ‘goden’ wegens hun glans en luister. Later zullen ze hetzelfde doen bij de koningen, de afstammelingen der ‘goden’. Voor de lulu’s waren de koningen plaatsvervangers van de ‘goden’, ‘hoogheden’, omdat ze afstamden van hen van ‘daarboven’. Net als voor de ‘goden’ moesten de lulu’s ook voor de koningen het zware werk doen. Zolang ze zich als goede horigen gedroegen werden ze beloond, maar als hun werk of gedrag de machthebbers niet beviel werden ze genadeloos gestraft.

Bevrijding van slavenketens
Door de geschiedenis heen, waarin de mens steeds weer in dienst van koningen, keizers en andere heersers werd ingezet in oorlogen die het grondgebied en de schatten der heersers moesten uitbreiden, ontstaat geleidelijk een ontwakingsproces in de mens om het juk van zijn heersers af te werpen en zich van zijn slavenketens te ontdoen. Grote leraren als Krishna, de Boeddha, Pythagoras, Socrates, Lao Tse en Jezus daalden naar de aarde af om de mens te onderrichten over zijn ware, oorspronkelijke natuur, die losstaat van de gemanipuleerde vormopenbaring. De mens is tot de dag van vandaag nimmer zonder hulp geweest.
Heel de geschiedenis van de mens is één grote poging om zich te bevrijden van slavernij, koloniale macht, overheersing door machtige koningen, keizers en andere heerszuchtige machthebbers. De talloze slavenopstanden en vaak bloedige revoluties getuigen hiervan.



Dharma en karma
Moesten in de Middeleeuwen de onderdanen nog stipt de voorschriften van vorst en adel opvolgen en hadden de dienaren (lakeien) in de paleizen de plicht om te werken ter meerdere eer en glorie van hun ‘dame’ of ‘heer’, vanaf de achttiende eeuw zal menig revolutie (voorlopig) een eind maken aan de macht van de koningen. Hun paleizen, kastelen, ridderzalen met kroonluchters, hun dure servies en schatten worden in beslag genomen door de burgers, die meer dan genoeg hebben van de macht en uitbuiting, maar op hun beurt vaak even meedogenloos handelden jegens koning en adel als zijzelf behandeld waren. (Denk aan de Franse Revolutie.) De ‘bevrijding’ is echter steeds maar van korte duur, want iedere vorm van geweld, door wie dan ook veroorzaakt, is handelen tegen de wet van dharma (harmonie). De slavenmeester is net zozeer gevangen als zijn slaven, al lijkt het op een prettiger manier. Vroeg of laat worden onheilzame gedachten, woorden en daden vanuit een bewuste intentie altijd gevolgd door onheilzame gevolgen, overeenkomstig de wet van ‘zaaien en oogsten’, ook wel de wet van karma (handelen) genoemd. Aan haat, uitbuiting en misbruik van macht komt nimmer een eind door geweld. ‘Haat wordt nimmer overwonnen door haat.’ (de Boeddha) ‘Hebt uw vijand lief.’ (Jezus) Slechts inzicht, wijsheid, kracht van de geest, het onthullen van leugens en de bereidheid tot mededogen en verzoening kunnen een eind maken aan haat en tomeloze begeerte.
De machtigen der aarde, die zich beroepen op blauw bloed en hongeren naar nog meer macht en eigendom, zullen steeds weer nieuwe wegen bedenken om hun macht in stand te houden en te vergroten. Hierbij mogen we echter nimmer uit het oog verliezen dat er zich onder de adel ook waarachtige zielenadel bevindt, die het menselijk streven naar vrijheid en waarheid ondersteunt.

Feitelijke macht achter officiële macht
Als we zien dat koningen, koninginnen en prinsen rijkelijk vertegenwoordigd zijn in bijvoorbeeld de Bilderbergclub en het Comité van 300, dat ze daarnaast vaak lid zijn van geheime genootschappen, zoals de vrijmetselarij, ‘Skull & Bones’, ‘De Orde der Zwanenridders’, ‘Het Gulden Vlies’ of ‘De Orde van de ridders van Malta’, dan is het van primair belang om te ontdekken waar de feitelijke macht schuilt achter de zogenaamde officiële macht, welke invloed ‘half-geheime organisaties’ (term van A. Sutton & C.Quigley) als de CFR en de Trilaterale Commissie hebben op de royalties en de adel in het algemeen en wat de rol van de grote banken is.
Als we bijvoorbeeld weten dat prins Bernhard en diverse topfiguren uit het bedrijfsleven en de aristocratie      de Bilderbergclub hebben opgericht (zie o.a. mijn Nieuwsbrieven) en dat zonder de Bilderbergclub ‘project Europa’ niet mogelijk zou zijn, dan begrijpen we meteen dat het absoluut niet in de bedoeling van de machtselite lag om de burger op democratische wijze bij de totstandkoming van de Europese Unie te betrekken. Integendeel. Maar inmiddels is de burger zich als nimmer tevoren bewust geworden van het feit dat zijn vertrouwen werd beschaamd en dat zijn moeizaam verworven vrijheden (die uiteraard gepaard dienen te gaan met verantwoordelijkheden) stap voor stap op ernstige wijze zijn teruggedrongen en hij opnieuw in de rol van onderdaan, van horige, wordt gedrongen. De talloze wetten en maatregelen ter controle van de burger illustreren dit. Waar is het wederzijds vertrouwen gebleven?



Eed van trouw
Het geeft te denken dat bijvoorbeeld in Nederland nieuwe Kamerleden bij de eedsaflegging nog steeds verplicht moeten zeggen: ‘… Ik zweer (beloof) trouw aan de koningin, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet. Ik zweer (beloof) dat ik de plichten die mijn ambt oplegt getrouw zal vervullen.’
Sleutelwoord bij deze eedsaflegging is het woordje ‘trouw’, waarvan nota bene in de aangehaalde passage van de Kerstrede van 2012 de koningin zelf zegt: ’Vertrouwen kan niet worden opgelegd; het groeit vanuit de gemeenschap zelf. Het vergt geloof in elkaars trouw en betrouwbaarheid. Vertrouwen over en weer maakt de maatschappij leefbaar.’

Mogen we hieruit concluderen dat een ‘eed (belofte) van trouw’ afgedwongen trouw is? Volgens een lange traditie beroept menig staatshoofd zich erop namens ‘God’ (eigenlijk ‘de goden’) te regeren. Atheïsten en agnostici zullen hier ongetwijfeld grote problemen mee hebben, evenals zij die de ‘goden’ demaskeren. Zij zullen onmogelijk zo’n eed (belofte) van trouw kunnen afleggen. Wat gebeurt er trouwens als een Kamerlid deze eed (belofte) zou weigeren of ter discussie zou stellen? Trouw is verbonden met vertrouwen. Een mens kan alleen maar trouw zijn aan zichzelf. Trouw zweren onder onder ede is niet alleen een onmogelijkheid, maar zelfs een zachte vorm van geweld, die uit de feodale tijd stamt. Ons ‘ja’ zou een ‘ja’ moeten zijn en ons ‘nee’ een ‘nee, zoals bij de essenen en de katharen, die in hun tijd door de overheid vrijgesteld waren van iedere vorm van eedsaflegging.

Vertrouwen als groeiproces
Vertrouwen kan nimmer afgedwongen worden. Het ontstaat geleidelijk in een klimaat waarin wederzijds vertrouwen kan groeien. Zowel degene die trouw eist van een ander als degene die dit onder ede moet beloven zijn in wezen beiden ontrouw aan zichzelf en gaan er bewust of onbewust van uit dat het vertrouwen geschonden kan worden. Een eed van trouw verbergt impliciet wantrouwen, dat overigens niet past bij een ‘ridderlijke’ moraal. Pas als iemand trouw is aan zichzelf en het gegeven vertrouwen niet geschonden wordt, neemt vertrouwen toe en zal er een moment aanbreken dat er niet eens meer over gesproken hoeft te worden. Immers, hoe meer het woordje vertrouwen gebruikt wordt, hoe leger de inhoud ervan wordt. Tallozen die elkaar in het verleden via een kerkelijk huwelijk trouw beloofden tot in de dood, zijn nu gescheiden. Menig ridder die in het verleden trouw beloofde aan zijn feodale heer of de koning, kwam later in opstand. Laten we voorzichtig zijn met het afleggen van een eed (belofte) van trouw.



Vertrouwen in leiders kwijt
Nederland blijkt trouwens het vertrouwen in zijn leiders kwijt te zijn. Dit blijkt uit een recent onderzoek van het gezaghebbende communicatiebureau Edelman. Nog maar 6% van de mensen vertrouwt de politici op hun woord en nog maar 10% vertrouwt de bedrijfsbestuurders. Volgens de Edelman Trust Barometer is er alom sprake van een vertrouwenscrisis. En dat niet alleen in Nederland. De uitslag van dit onderzoek werd gepresenteerd op het World Economic Forum in Davos van 23-27 januari jl.,
[19] waar de machtigen der aarde jaarlijks bijeenkomen (zie Nieuwsbrief 3). Dat Davos in verband met dit forum door een barricade van prikkeldraad van de buitenwereld werd afgesloten, evenals het luchtruim in een straal van 46 kilometer rond het dorp, en dat zo’n 3300 Zwitserse soldaten de wereldleiders moesten beschermen, manifesteert de enorme kloof tussen de burger en de machtselite. Uit het zestiende ‘Annual Global CEO Survey’, op basis van een reeks interviews met in totaal 1330 ceo’s van multinationals en grote bedrijven uit alle regio’s van de wereld, komt naar voren dat deze leiders bang zijn voor sociale onrust, ook in Europa (75%), een mogelijke recessie in de Verenigde Staten (67%), een economische afkoeling in China en een cyberaanval of een grote storing van het internet.[20]
Dat de wereldleiders voor een groot gedeelte medeverantwoordelijk zijn voor de sociale onrust, kwam in Davos niet ter sprake. Het onethisch en soms immoreel gedrag van vele leidinggevenden is voor iedereen zichtbaar geworden. Een grens lijkt te zijn bereikt.

 

© Marcel Messing, antropoloog-filosoof, auteur



 

[1] Uit: ‘Rede ter gelegenheid van de opening van de vierde Algemene Vergadering van de Wereld Veteranen Federatie’, 16 november 1953. In: Koninklijke woorden 1952-1953, Amsterdam-Antwerpen, 19542, p. 52.

[2] Paleis Europa, Amsterdam, 2007, p. 7.
[3] Idem, p. 9-10.
[4] Idem, p. 54.
[5] Idem, p. 66.
[6] Idem, p. 154.
[7]http://www.globalresearch.ca/PrintArticle.php?articleId=30816.
[8] Amsterdam, 20052, p. 91-92.
[9] Paleis Europa, p. 89.
[10] Idem, p. 146.
[11] Cf. www.marcelmessing.nl.
[12]http://www.duitslandweb.nl/actueel/uitgelicht/2013/1/verdrag-houdt-de-lijnen-open-tussen-berlijn-en-
arijs.html
.
[13]http://www.guardian.co.uk/politics/2013/jan/23/david-cameron-eu-speech-referendum.
[14] Idem.
[15] Paleis Europa, p. 146-147.
[16] Idem, p. 15. Zie voor de dubieuze rol van Jean Monnet en andere ‘inspirators’ van de Groot-Europese
gedachte mijn Nieuwsbrieven van maart en juni 2012 (deel 4 en 5), waarin tevens de Bilderbergclub, het Comité van 300 en de jezuïeten besproken zijn. (
www.marcelmessing.nl).
[17] In: Verzamelde werken. Verhalen en novellen, Amsterdam, 1970, p. 507.
[18] Cf. Quigley, J., “What Does Joan Say?” My Seven Years as White House Astrologer to Nancy and Ronald Reagan, New York, 1990.
[19]http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2824/Politiek/article/detall/3380455/2013/01/21/Nederland-is-vertrouwen-in-leiders-kwijt.dhtml.
[20]http://www.express.be/business/nl/economy/zwitsers-leger-in-Davos-voorbereid-op-explosie-van-geweld-in-Europa/185014.htm.

Zie voor meer achtergrondinformatie:
www.wijwordenwakker.org.