Teksten ter overweging 
december 2019




‘Jezus zei:
Ken wat vóór je gelaat is
en wat voor je verborgen is,
zal je worden geopenbaard,
want niets is verborgen
dat niet openbaar zal worden.’
Evangelie van Thomas, logion 5



‘Zijn leerlingen zeiden:
Op welke dag zult u zich aan ons openbaren
en op welke dag zullen we u zien?
Jezus zei:
Als jullie je kleren zonder schaamte aflegt
en ze daarna onder je voeten legt,
zoals kleine kinderen,
en eroverheen loopt,
dan zullen jullie de Zoon van de Levende zien
en jullie zullen niet bevreesd zijn.’
Evangelie van Thomas, logion 37

 

‘Niemand zal zichzelf kunnen zien,
in het water of in een spiegel,
zonder licht.

Evenmin zul je jezelf kunnen zien
in het licht
zonder water of spiegel.’
Evangelie volgens Filippus, 63 [75]

 

‘Nu kijken wij nog in een spiegel en zien we raadselachtige dingen,
maar straks zien we van aangezicht tot aangezicht.
Nu ken ik nog slechts ten dele, maar dan
zal ik ten volle kennen zoals ikzelf gekend ben.
Deze drie dingen blijven altijd bestaan:
geloof [vertrouwen], hoop en liefde.
Maar de liefde is het voornaamste.’
I Korintiërs, 13:12-13

 

‘Als u zonder met uw ogen te knipperen 
in de volle zon kunt kijken, 
dan kunt u het verblindende licht 
van uw Hemelse Vader aanschouwen, 
dat duizendmaal feller is 
dan het licht van duizend zonnen. 
Maar hoe zou u het verblindende licht 
van uw Hemelse Vader kunnen aanschouwen, 
als u niet eens het volle zonlicht kunt verdragen?’ 
Het Esseense evangelie van de vrede 


 


 ‘Open de deur van jezelf, 
om de Ene-die-is te kennen.
Klop op jezelf, 
opdat het Woord zich voor je ontsluit.’
Lessen van Sylvanus (Nag Hammadi Geschriften)




'Een heilige Bruid
in Uw bruidsvertrek des Lichts
ben ik geworden.

Het Levende Vuur is gekomen:
Dat er nu lampen komen, om ze ermee te ontsteken.
De wijze maagden: zij gieten olie in hun lampen.

De bruidegom is gekomen:
Waar is de Bruid, die hem gelijk is?

De Bruid is de Ekklesia [de innerlijke gemeenschap].
De Bruidegom is de Geest des Lichts.

Mijn Broeders, laten wij ons van alle
onreinheden ontdoen,
want wij weten niet het uur,
waarin de Bruidegom ons roepen zal….’
Mani (3e eeuw)



‘De mens die met God verenigd is, kan niets in de veelheid strooien,
want hij is één in de Ene, in wie de veelheid is opgeheven,
in wie er geen veelheid meer is.’

‘God is in alle schepselen, 
in de mate waarin zij aan het Zijn deel hebben,
en toch gaat hij daar ook boven uit…
Wat in de vele dingen het Ene, het wezenlijke is,
kan niet anders dan boven de dingen staan.’
Meester Eckhart (1260-1328).




Adem van stilte
Ook mijn lichaam verandert en wordt ouder. Met het klimmen der jaren heb ik dieper mogen doordringen tot het onveranderlijke, dat van binnenuit op het vliesdunne venster van de ziel tikt. Een geluidloos kloppen. Een geluidloze stem. De zoektocht is ten einde. Het onveranderlijke heeft altijd centraal gestaan in mijn leven. Al als kind dat zo graag alleen in de natuur zwierf, waar de intimiteit van het onnoembare mysterie te voelen is, was er soms onverwacht een diepgaand ervaren van het numineuze. Erover spreken met anderen kon ik niet. Het woord ‘God’ is nimmer op mijn lippen gestorven, zoals dat wel het geval is bij vele teleurgestelde gelovigen die lange tijd op gezag geloofden zonder te ervaren of innerlijk te weten. Teleurgesteld door versteende geloofssystemen en priesters die het zesde gebod niet zo nauw namen. Heel begrijpelijk. Voor mij is ‘God’ het onveranderlijke, ontdaan van religieuze projecties, verwachtingen, opinies, dogma’s en overtuigingen. Als het woord ‘water’ een zuiver woord is, moeten we dit woord dan afschaffen omdat wij het water wereldwijd vervuilen? Is het niet beter eerst onze vervuilde geest te zuiveren en onze mond te spoelen voordat we het woord ‘God’ weer in de mond kunnen nemen? 


Alle woorden die het hart mogen raken, komen uiteindelijk voort uit de Adem van stilte. Ieder van ons is instrument van de onmetelijke Adem, ook al geven we ons soms uit voor de dirigent van het orkest. Het belangrijkste is dat we afgestemd zijn op de grondtoon van het bestaan, op de klank van het Ene. Dan kan er zuiver door ons heen worden gespeeld. Slechts via vallen en opstaan leren we dat. Zijn we open en niet vervuld van ons kleine ik, een stofje in het mondstuk van de kosmische fluit, dan wordt er in alle zuiverheid door ons heen gespeeld, geschreven, gedicht, gecomponeerd, gedanst, geleefd, gewerkt. Wij zijn niet de doeners. Op dieper niveau doet God al het werk. ‘Hecht je niet aan de vruchten van je handelingen’ is mijn lijfspreuk geworden, met dank aan de Bhagavad Gita en de Christus.
[Uit: Met een glimlach de wereld rond. Bespiegelingen, Marcel Messing. Uitgave Samsara, blz. 122-123]