Inspiratie februari 2016 
 
 

Wie wezens geen geweld aandoet,
mens, dier noch plant,
wie niet doodt en niet laat doden,
hem noem ik brahmaan.
 Boeddha, Dhammapada, vers 405





Geweldloosheid is de grootste kracht
die de mensheid ter beschikking staat.
Het is machtiger dan het machtigste vernietigingswapen
dat het menselijk vernuft heeft uitgevonden.
Vernietiging behoort niet tot het wezen van de mens.
De mens leeft vrij door zijn bereidheid om te sterven,
zo nodig door de hand van zijn broeder,
maar nooit door zelf te doden.
Iedere moord die men begaat,
iedere kwetsuur die men een ander toebrengt,
om wat voor reden dan ook,
is een misdaad tegen de mensheid.
 
Mahatma Gandhi


Dood niet. 
Probeer te voorkomen dat anderen doden 
en probeer alle mogelijke middelen te vinden 
om het leven te beschermen en oorlog te voorkomen.
 Thich Nhât Hanh


Wie het zwaard opneemt,
zal door het zwaard omkomen
Mattheus 26:52 





De duisternis die we vandaag de dag in onze wereld zien 
is toe te schrijven aan het uiteenvallen van dingen 
die in harmonie met Gods wetten zijn. 
Het grondconflict is er niet een tussen volkeren, 
maar tussen twee tegengestelde overtuigingen. 
De eerste is dat kwaad overwonnen kan worden door meer kwaad 
en dat het doel de middelen heiligt. 
Deze overtuiging is erg dominerend in onze huidige wereld. 
Het is de weg van de oorlog. 
Het is het officiële standpunt van elke grote mogendheid.
Daarnaast is er de weg die tweeduizend jaar geleden werd onderricht: 
om kwaad met goed te overwinnen, 
en dat is mijn weg, de weg die Jezus ons leerde. 
Verlies nooit je vertrouwen: 
uiteindelijk zal Gods weg zegevieren.
Peace Pilgrim


Ik spreek niet met een gevoel van woede of haat 
tegenover degenen die voor het onmetelijke lijden 
van ons volk verantwoordelijk zijn 
en voor de verwoesting van ons land, ons thuis en onze cultuur. 
Ook zij zijn menselijke wezens 
die vechten voor geluk en ons mededogen verdienen.
Ik spreek om u te informeren over de treurige situatie
waarin mijn land zich vandaag bevindt 
en over de wensen van mijn volk, 
want in onze strijd voor vrijheid is de waarheid ons enige wapen.
Het besef dat wij in essentie allen dezelfde menselijke wezens zijn, 
die naar geluk streven en lijden trachten te vermijden, 
helpt ten zeerste een gevoel van broeder- en zusterschap te ontwikkelen.
De Dalai Lama





Vrede breng ik jullie, mijn kinderen,
de zevenvoudige vrede van de aardse Moeder
en de hemelse Vader.
Je lichaam breng ik vrede,
geleid door de engel van Kracht;
Je hart breng ik vrede,
geleid door de engel van Liefde;
Je geest breng ik vrede,
geleid door de engel van Wijsheid.
Door de engelen van Kracht, Liefde en Wijsheid
zullen jullie de zeven paden bewandelen
van de oneindige Tuin,
en je lichaam, je hart en je geest
zullen eensgezind deelnemen
aan de heilige vlucht naar de
hemelse zee van vrede.
Esseense evangelie van vrede


Niet geloven in de mogelijkheid 
van blijvende vrede 
is niet geloven in de goddelijkheid 
van de menselijke natuur.
 Mahatma Gandhi




Waar legers kamperen, groeien distels en doornen.
Op grote oorlogen volgen jaren van onheil.
 LaoTzu, Tao-te ching, 30


Maar men moet goed begrijpen
dat de strijd met onszelf vrede betekent
en de strijd met een ander oorlog.
 Inayat Khan

Ook al zijn er harnassen en wapens,
laat niemand ze tevoorschijn halen.
LaoTzu, Tao-te ching, 80


Liefde is de sterkste kracht die de wereld bezit 
en toch is het de nederigste die maar denkbaar is.
 Mahatma Gandhi




Toen de meester het geschenk ontving, ontmoetten ogen van licht, ogen van licht. Met zacht ademende woorden zei de glasblazer: ‘Vertel ons, meester der waarheid, brenger van wijsheid in het Avondland, over het geheim van de gouden wonderlamp van licht en liefde. Eens las mijn vader mij hierover een verhaal voor uit het boek der oude geheimen. Maar het kind dat ik toen was, kon de diepte ervan niet begrijpen. Nu mijn gelaat getekend is door de tijd, mijn vingers soms onwillig de blaaspijp beroeren en mijn lichaam naar de aarde neigt, verheft mijn geest zich naar de weidsheid van de wolkeloze hemel, hunkert mijn hart naar het geheim van de gouden wonderlamp van licht en liefde, die leven gloeien doet.’ 

De meester leek op te lossen in een melkachtige sterrennevel. Toen even later zijn gestalte terugkeerde en hij begon te spreken, straalde een onaards licht door hem heen. Licht dat door iedereen waargenomen werd. Licht dat zelfs de duistere hoeken van de werkplaats verlichtte. Licht dat dichters zo graag beschrijven, maar waarbij de woorden sterven in de pen. Licht dat schilders zo graag schilderen, maar waarbij het penseel hapert op het doek. En terwijl hij de olielamp voor zijn borst hield, sprak de meester:

‘Je lichaam is een lamp, de olie je levenskracht, de pit je ik. Door het vuur van verlangen wordt de pit van het ik ontstoken, verbrandt de katoenen draad, je levensduur. Al spoedig dooft de lamp. Bij je dood springt het smeulend vuur van verlangen over naar een andere lamp. Opnieuw wordt de pit van het ik ontstoken en wordt de olie van levenskracht verspild. En als de katoenen draad is opgebrand, dooft de lamp opnieuw, verlangt smeulend vuur naar een nieuwe lamp. Pas als het tijdloze vuur van de geest ontstoken wordt, dooft de pit van het ik voorgoed, wordt nimmermeer een nieuwe lamp ontstoken, ga je op in het eeuwige licht, terwijl je door de eindeloze sterrenruimte reist. Zoals door een onrustige wind de vlam in een olielamp fel kan oplaaien waardoor roet het glas beslaat, zo kan de wind van begeerte de vlam van het ik hoog doen opflakkeren, waardoor de vensters van de zintuigen besmeurd worden door het roet van de wereld en helder zicht op het leven verdwijnt. Zoals een olielamp door het kristalheldere glas een duistere kamer verlicht, zo wordt je lichaam verlicht als het vuur van de geest de lamp van licht en liefde ontsteekt. 

Mijn leringen zijn als een lamp die brandt in de duisternis van deze wereld. Als straks de duisternis toeneemt, zal jullie lamp dan branden? Zal er genoeg olie van licht en liefde in jullie lamp zijn als het duistere gordijn der waanzin schuift voor het licht? Wees als een wijze maagd, een wijze ziel, onaangeraakt door het vuur van verlangen naar deze wereld. Dan zal het grootse licht van bewustzijn heel je lichaam doorstralen, wordt het kind van licht en liefde in je herboren, verschijnt de gouden wonderlamp. Ik zeg jullie nogmaals: kinderen van het licht zijn jullie, kinderen van de ochtendstond die geen avond kent, een dans van licht. Je bent het levende licht dat in de duisternis straalt, het licht van alle werelden, het licht dat alles doordringt. Laat je onwetendheid verbranden als stoffig kaf van zomers koren.’


Uit: Marcel Messing, De Meester van de Eindtijd, Altamira, Haarlem 2011, p. 122-124